Fort de Hel WOII
Mobilisatie
Voor de gewone dienstplichtigen was 29 augustus 1939 de dag waarvan niemand had gehoopt dat die zou komen, maar die toch werkelijkheid werd: Algemene Mobilisatie.
Met vijfhonderd personentreinen en zestig goederentreinen zorgden de Nederlandse Spoorwegen ervoor dat die dag 144.000 militairen en 14.000 paarden op hun mobilisatiebestemming kwamen. Maar ook per tram, bus of veerboot kwamen ze op hun bestemming aan.
De compagniescommandant van de eerste compagnie – 1-I-39 R.I. – reserve kapitein J.W.N. Meijes moest met zijn staf en de secties 3 en 4 van de tirailleurscompagnie zorgdragen voor de Stelling Willemstad. De bezetting van de Stelling moest beletten dat de vijand zich toegang zou verschaffen tot de Vesting Holland via de oversteek over het Hollandsch Diep. De mitrailleurscompagnie MC 1-I-39 R.I. met als commandant kapitein Isaäcs werd op 15 april 1940 met zijn mitrailleurcompagnie ook geplaatst in Willemstad. Onderofficieren en soldaten werden voorlopig ingekwartierd in het Schippershuis, de officieren in hotel Bellevue. Eén sectie werd in Oudemolen ingekwartierd, welke sectie later verhuisde naar een houten barak op fort de Hel.
De Stelling van Willemstad had als bruggenhoofd tot taak het terugtrekken van troepen uit Brabant via Willemstad te dekken. Het 3e en het 6e Grensbataljon, die aan de grens met België lagen, waren aangewezen om de bruggenhoofden Willemstad en Moerdijk te bezetten. De afgeloste veiligheidsbezettingen zouden dan de troepen op de noordelijke oever van het Hollandsch Diep gaan versterken.
10 mei 1940 oorlog
Zonder een voorafgaande oorlogsverklaring vielen Duitse troepen op vijf plaatsen ons land binnen en werd Nederland gewekt uit de droom van neutraliteit.
Het geronk van laagvliegende vliegtuigen wekte al vroeg veel Willemstadters, onder wie dokter Schiphorst. Hij schrijft hierover:
Om half vier word ik wakker met een vaag gevoel van onrust. Slaapdronken luister ik. Wat een motorgeronk! wat een massa vliegtuigen! En een ander doordringend geronk dan wij van onze vliegers gewend zijn. Pòh/Pòh!Pòh!Bòem …schieten? afweer? Ik sta zachtjes op en ga voor de openslaande deuren luisteren en kijken. Doodstil, het gehele lichaam gespannen van aandacht en angstig voorgevoel. Steeds maar dat heftige motorgeronk en dat doffe geknal met af en toe zo'n zware dreun. Een brok schiet je naar de keel: maar dat is ernst, dat is oorlog! Mijn vrouw wordt nu ook wakker, komt bij me staan. Stil kijk je elkaar aan en druk je je tegen elkaar. Ernst, bittere ernst! Het kind beweegt zich in het wiegje in de kamer ernaast en je kunt wel huilen.
Dan rinkelt de nachtbel en vlieg je naar beneden. De wacht uit de radioluisterpost komt je halen: talloze berichten over vreemde vliegtuigen boven ons land, steeds dichter in de buurt komend en veel afweervuur.
"Ik kom dadelijk! Laat de kernploeg maar alvast oproepen!".
13 mei 1940 Tweede Pinksterdag
Vanuit Bellevue werd aan de overzijde van het Hollandsch Diep dalende parachutisten gezien en ook dat er mijnen werden geworpen. Geruchten gingen rond dat de Duitsers nu heel dichtbij waren, maar ook dat het Franse soldaten zouden kunnen zijn. 's Avonds mocht niemand meer op straat en samenscholingen werden verboden.
De bezetting van fort de Hel werd versterkt met een mitrailleurgroep en een geweergroep. Enkele soldaten die vanuit de Peel waren uitgeweken kwamen onverwacht bij het fort aan en werden in paniek onder vuur genomen. Er moet toch al een paniekerige stemming geheerst hebben daar eerder in de nacht een witte koe voor een parachutist werd aangezien en neergeschoten werd. Ook dokter Schiphorst, wiens hulp was ingeroepen voor een over zijn toeren geraakte soldaat, werd beschoten toen hij per auto aankwam.
Fort Sabina werd versterkt met twee mitrailleurgroepen. In totaal waren er toen ongeveer 150 man in de Stelling Willemstad, verdeeld in een kopgroep (staf) en vier secties.
Eerste contact met Duitse militairen.
Een veeverzorgingsploeg had opdracht gekregen om veevoer op te halen bij diverse boerderijen. Ter bescherming kregen zij drie soldaten mee. Toen zij bezig waren uit de schuur van W.H. Munters aan de Stadsedijk haver en tarwe in de vrachtauto te laden, werd opeens geroepen: "Soldaten! Tanks! " Boven op de dijk stonden drie Duitse pantserwagens. Direct daarop begonnen die te schieten en een van hen reed het erf op. De veeverzorgingsploeg stond al gauw voor de schuur opgesteld, behalve de drie soldaten. De drie Duitsers, gezien de doodskoppen op hun uniform kennelijk van de SS-pantserdivisie, vroegen waar de Nederlandse soldaten waren gebleven. Niemand wist dit echter.De soldaten werden uiteindelijk gevonden achter een boom, tot hun nek toe in het water. Hun geweren werden tegen een boom kapot geslagen en de drie werden als krijgsgevangenen afgevoerd. De pantserwagens, met de vrachtauto, verdwenen in de richting van Zwingelspaan.
14 mei 1940 aanval op Willemstad
Op deze vijfde oorlogsdag was in Noord-Brabant nog maar één Nederlandse positie overgebleven, namelijk het bruggenhoofd Willemstad. De bezetting bestond slechts uit één infanteriecompagnie met twee secties zware mitrailleurs, die samen niet meer dan vier zware en acht lichte mitrailleurs bezaten, aangevuld met twee mortieren die soldaten uit de Peel meegebracht hadden. Het grootste deel van de mitrailleurcompagnie van kapitein Isaäcs had zich inmiddels bij de Fransen aangesloten en was richting Bergen op Zoom teruggetrokken. De verdedigingslijn moest derhalve worden ingekort en uiteindelijk waren er twee secties die in en rond Willemstad lagen en een in Fort de Hel.
Deze morgen werden weer een aantal wegen rond de stad opgeblazen. Door de explosies sneuvelden vele ruiten. Overal waren versperringen gemaakt van rioolbuizen, omgeworpen karren, prikkeldraad enz. Slechts langs de Westdijk kon men nog uit de stad komen. De Ruigenhilse polder stond geheel onder water.
Rond het middaguur kwamen enkele Duitse pantserwagens aan de oostzijde van de vesting. De toegangsweg naar de Landpoort was echter opgeblazen. Duitse soldaten stapten uit en peilden de diepe krater. Op dat moment opende de mitrailleursectie die even buiten de vesting in een vooruitgeschoven stelling lag het vuur. Onmiddellijk werd teruggeschoten op de stelling van de zware mitrailleur. Bij die schotenwisseling sneuvelde soldaat Branderhorst, bedieningsman van een lichte mitrailleur.
De pantserwagens draaiden af en verschenen even later in de buurt van Fort de Hel. De uit 1798 daterende kapitale boerderij Helzicht werd drie kwartier onder vuur genomen. Eigenaar A. van den Hil met vrouw, dochtertje en moeder waren naar de kelder gevlucht die deels onder water stond. Door brand gedwongen werd de kelder verlaten en anderhalf uur lang lag de familie achter een boom in de voortuin en moest lijdzaam toezien hoe hun hoeve een prooi der vlammen werd. De zeven pantserwagens stelden zich daarna op voor het fort dat een bezetting had van ongeveer 50 man. De Duitsers openden onmiddellijk het vuur. Na een schotenwisseling van twintig minuten stak luitenant Robeerst een vlag uit waarna het vuren van de pantserwagens ophield. De luitenant moest naar het hek komen en werd gedwongen de commandant telefonisch mee te delen dat, als Willemstad niet binnen twee uur capituleerde, heel de stad zou worden platgegooid.
Uit Willemstads Panorama
"Op 14 mei 1940 zag de bezetting van het fort er als volgt uit: commandant was de sectiecommandant van 1-I-39 R.I. 1e luitenant H.G. Robeerst. Hij beschikte over twee lichte mitrailleurgroepen, twee geweergroepen, een zware mitrailleurgroep en extra kader. Een deel van de militairen was teruggetrokken uit de Peel . Ook hier waren bij elkaar zo’n vijftig man beschikbaar. Een dag eerder had 2e luitenant Ohmstede opdracht gegeven de zware mitrailleur met bediening te verplaatsen naar de kazemat met als schootsveld Dinteloord. Dit zou een groter schootsveld met zich brengen. Sergeant Den Held bevond zich met zijn lichte mitrailleurgroep in stelling in de kazemat aan de oostzijde van het fort, die gericht was op de Stadse Dijk. Sergeant Raven, commandant van de zware mitrailleurgroep, zag om half een, vanuit de uitkijkpost, pantserwagens naderen. Het waren zeven grote gepantserde gevechtswagens, waarvan er een als zendstation was ingericht. De gevechtswagens waren van voren met oranje lappen afgedekt. Eén Duitse pantserwagen kwam dichterbij via de Stadse Dijk aan de oostzijde, en een andere koos positie op de Kraaiendijk, aan de zuidkant. Beide op een afstand van ongeveer honderd vijftig meter van het fort. De boerderij Helzicht werd in brand geschoten. De pantserwagen op de Stadse Dijk reed naar de op honderd meter afstand van het fort gelegen versperring van gekantelde boerenwagens. De groep Den Held gaf met de lichte mitrailleur korte vuurstoten af om de pantserwagen te beletten de versperring te passeren. Vanuit de pantserwagen werd teruggevuurd. De granaten dreunden op de stelling. Ongeveer tien tot vijftien minuten bleven de pantserwagens achter de versperring. Nadat ze door de versperring waren gereden, kwamen die pantserwagens rechts en vier links van het fort staan. Mitrailleurschutter Vissers gaf op bevel van Den Held een duurvuur af. Er werd gereageerd met een regen van mitrailleurkogels door het schietgat van de stelling. De gloeiende kogels ketsten af op de mitrailleurloop en op de helmen van de militairen. De groep Den Held kon geen tegenvuur meer geven. In een korte vuurpauze werd het vuur heropend met eenzelfde resultaat. De groep was lamgeslagen. Den Held kroop uit de stelling en commandeerde zijn manschappen in dekking te blijven totdat hij de situatie had opgenomen. De vijandelijke beschieting duurde voort, granaten, floten in het rond. Met de zware mitrailleur van de groep Raven aan de zuidkant van het fort werd het vuur nog beantwoord.
Tijdens het vuurgevecht ging Robeerst van de een naar de ander om door zijn tegenwoordigheid de mensen morele steun te geven. Soldaat Van Kempen riep dat hij zich moest dekken tegen rondvliegende kogels. Na ongeveer twintig minuten meende de telefoonpost (soldaat van Kempen) een telefoontje van Numansdorp te hebben ontvangen. Hij begreep uit het gesprek dat de aanvallers Fransen waren en dat een Nederlandse vlag moest worden uitgestoken. Soldaat Schalkwijk gaf dit bericht door en gaf Robeerst een door hem geïmproviseerde vlag. Robeerst stak de vlag uit, waarna het vuren vanuit de pantserwagens ophield. De Duitsers riepen daarop dat de commandant naar het hek moest komen. Luitenant Robeerst deed dat zonder aarzelen. Stom verbaasd en hevig verontwaardigd werd geroepen dat de luitenant terug moest komen. Toen hij in de richting van de pantserwagen ging, volgden hem veertig man buiten de stelling. Samen met deze militairen kwam Robeerst in het schootsveld van de aanvallende Duitse troepen te staan. Een Duits officier en een Duitse soldaat liepen, ieder met een snelvuurwapen in de hand, naar hem toe. Totaal verbijsterd gaf hij zich over. Vuren had toen ook geen zin meer. Toen Robeerst over de versperring klom werd de zaak als verloren beschouwd. Iemand riep ‘’verzamelen!’’. Den Held liep in de richting van de stelling van de zware mitrailleur en zag luitenant Robeerst op de Kraaiendijk bij een pantserwagen staan. Opnieuw riep deze: ‘’Verzamelen!’’. Robeerst gaf zich samen met de bezetting van fort De Hel over.
De rechterflank van Willemstad was nu vervallen, waardoor de toegang tot de stad open lag. Kapitein Meijjes besloot een uur na het telefoontje tot capitulatie en ging met zijn adjudant per auto met een witte vlag langs de Westdijk naar Fort de Hel zonder nadere instructie voor zijn troepen. Soldaten wilden naar de overkant maar probeerden eerst in de woningen een burgerkloffie te bemachtigen.
Een mitrailleurgroep op bastion Groningen had de kapitein met een witte vlag Willemstad zien verlaten en de soldaten voelden zich verraden. Zij wilden zich niet overgeven zonder zich tot het uiterste te verdedigen. Toen de Duitsers over de Westdijk in zicht kwamen gaven zij een vuursalvo af. De Duitsers waren woedend dat Nederlandse soldaten na de capitulatie nog doorvochten. Na hun gevangenneming werden zij op een rij voor het Arsenaal gezet en een mitrailleur werd voor hen in stelling gebracht. Uiteindelijk kon kapitein Meijjes de Duitsers overtuigen dat de overgave niet goed was doorgegeven en dat hij vergeten had hen te waarschuwen, waarna de zaak met een sisser afliep.
Direct werden door de Duitsers allerlei maatregelen afgekondigd. Duitse tijd (plus 1 uur 40 minuten) werd ingevoerd, 's avonds om 9 uur moest iedereen van de straat zijn, de luchtbeschermingsdienst behoefde geen posten meer te bezetten en de burgers werden opgeroepen de volgende dag de versperringen rondom de stad op te ruimen.
15 mei 1940 capitulatie
Het gehele Nederlandse leger capituleerde deze dag. De capitulatie werd 's morgens om 11 uur door de Duitse opperbevelhebber en de opperbevelhebber van de Nederlandse land- en zeemacht, generaal Winkelman, te Rijsoord ondertekend.
In Willemstad werd de gesneuvelde soldaat Branderhorst begraven, een dag later de opzichter der Genie Leendert 't Hart.
Bevrijding
Een compagnie van het 4e Lincolnshire Regiment trok door de posities van de Hallams en bevrijdde de Stadsedijk. Hierna ging een compagnie Lincolns door naar de Tonnekreek dat na lichte tegenstand bereikt werd. Daarna werd in de vroege morgen de Bovensluis door hen bevrijd. Om dezelfde tijd bevrijdden de The South West Borderers het dorp Heijningen. Daarna was fort Sabina aan de beurt, dat geen Duitse bezetting had, maar waar wel honderden mensen een schuilplaats hadden gevonden. Bij Fort De Hel ging het mis. Men was in de veronderstelling dat een andere eenheid de omgeving van het fort al had gezuiverd. Via de Kraaiendijk trokken enkele eenheden daarom ongedekt naar het fort. Maar op en rond dit fort stonden enkele zware mitrailleurs en een mortier opgesteld. Een voltreffer van de mortier doodde vier Britse militairen terwijl er veel gewonden vielen. Een van hen stierf de volgende dag. Een andere eenheid zou het fort in de late avond na een artilleriebeschieting aanvallen, maar toen waren de Duitsers al op Willemstad teruggetrokken.Mevrouw Maria van Antwerpen, weduwe van Gerrit van Waardenburg, werd bij een beschieting dodelijk getroffen op de Helsedijk nabij Fort de Hel.
Ook op de Stadsedijk vielen slachtoffers. Op de vierde november werd de heer Nicolaas van Gend door een granaat dodelijk getroffen en op de vijfde werd de dertienjarige Bernardus G. Kannekens in de ouderlijke woning getroffen en overleed kort hierna. Ook overleed die dag de heer Martinus van der Put.
Van de opmars der geallieerden vernam men in Willemstad alleen maar wat geruchten, maar wat er zich in werkelijkheid afspeelde hoorde men pas later. Wel was door het dichterbij komen van het gedreun der artillerie en van mitrailleurvuur duidelijk dat Willemstad nu gauw in het strijdgewoel zou komen te liggen.
De Duitsers probeerden de polder de Ruigenhil alsnog te inunderen. Aan de sluisdeuren van de Bovensluis was dynamiet bevestigd, maar dit is niet tot ontploffing gekomen doordat twee omwonenden de elektrische ontstekingsdraden die van fort Bovensluis liepen, hadden doorgeknipt.
In de Ruigenhilse polder was al dagen lang een vuurleiding actief voor een aantal kanonnen. Hiermee werd regelmatig op de Geallieerden geschoten en natuurlijk werd tegenvuur gegeven. Een batterij op "Moria" was juist verplaatst toen de schuur door artillerievuur in brand werd geschoten. Huize "Nelly" (later Koningin Wilhelminalaan nr 8), waar de Ortskommandantur was gevestigd, werd ook gebruikt voor de vuurleiding. Toen die net vertrokken was naar de Oostdijk 8 werd de villa gebombardeerd. De Duitsers stelden daarna hun kanonnen op in de boomgaard aan de Noordlangeweg 8, waarna de vuurleiding vertrok naar de "Leeuwenstee" bij de Tonnekreek. Deze monumentale boerderij werd kort daarop getroffen en verwoest door drie geallieerde jachtbommenwerpers, die de Tonnekreek van west naar oost bombardeerden. De familie Van den Hil zat in een eerder door haar gegraven schuilkelder. Ook veel andere bewoners van de Tonnekreek hadden een schuilplaats ingericht in de polder.
6 november 1944
De dag der bevrijding. Op deze dag, enkele uren voordat Willemstad bevrijd zou worden viel nog een slachtoffer. In fort Sabina ging de heer Philipus Verhagen samen met enkele anderen drinkwater halen uit de regenbakken die boven op het fort stonden. Onverwacht viel er een granaat bij dit groepje, waarbij een granaatscherf de heer Verhagen juist achter het oor trof. Hij was op slag dood.
Na de bevrijding van Willemstad was er nog geen sprake van dat de inwoners weer naar hun huizen, of wat daarvan over was, konden terugkeren. Vanaf Numansdorp lag de stad regelmatig onder Duits vuur. In fort Sabina vonden naar schatting 700 tot 800 mensen uit Willemstad en Heijningen een schuilplaats. Het door de Duitsers dichtgemetselde maar door de burgers weer opengebroken fort de Hel herbergde rond de 200 personen.
"Onze schuilplaats op Fort de Hel zal ongeveer een vloeroppervlakte van 40 á 50 m2 hebben gehad en kon worden afgesloten met twee ijzeren deuren. Er zaten een aantal honderd mensen in, die wegens de kleine ruimte bij toerbeurt op van veilingkisten en planken gemaakte lange banken zaten of op stro op de grond lagen. Voor de kinderen had mijn vader met andere mannen van stellinghout een steiger langs een van de wanden gemaakt, zodat de jeugd in ieder geval de hele nacht door kon slapen…Je hoorde de granaten met een snerpend geluid aankomen. Een jonge kerel die zich ontpopte als een geboren leider, riep dan: "Monden open!"(voor de luchtdruk). Soms sloegen de granaten zo dicht bij het fort in dat door de luchtdruk de stallantaarn werd uitgeblazen. Je rook de kruitdamp. Gelukkig is er geen granaat òp het fort gekomen. Vooral 's nachts was het angstaanjagend. Een paar nichten van mijn moeder gilden elke keer als er weer een granaat aan kwam suizen". Wij zaten als haringen in een ton. De gehele nacht hebben we gehurkt moeten zitten. Er hing een verpestende stank, waarbij de geur van urine de boventoon voerde.
Wel kwam op de zevende november 1944 het gemeentebestuur en secretariepersoneel terug in Willemstad en er werden veertig mensen teruggeroepen. Zij werden ondergebracht in het Kruithuis. Direct werd een aanvang gemaakt met het opruimen van de ergste schade en het puin op de straten. De kadavers van een honderdtal paarden en koeien werden begraven. Er werd eveneens een begin gemaakt met het herstellen van de daken van de weinig beschadigde huizen. Hier moest evenwel mee gestopt worden door het Duitse artillerievuur van de overkant. Onder moeilijke omstandigheden en tussen de beschietingen door werd echter zoveel mogelijk doorgewerkt.
Begin maart 1945 vonden de Geallieerden het kennelijk niet veilig meer en kregen de mensen het bevel in een naburige gemeente onderdak te zoeken. Tot dan was het nog mogelijk geweest om met een pasje naar Willemstad te gaan om spullen op te halen, maar ook dit was niet meer toegestaan.
Eindelijk vrede
Pas op 4 mei 1945 tekende de Duitse generaal Von Friedeburg in de tent van veldmaarschalk Montgomery op de Luneburgerheide de onvoorwaardelijke overgave van alle Duitse legers in Noordwest-Duitsland, Nederland en Denemarken tegen zaterdag 5 mei 8 uur. Radio Herrijzend Nederland kondigde die zaterdagochtend al aan dat Nederland een vrij land was. In hotel "De Wereld" te Wageningen vond die ochtend de eerste bespreking plaats tussen Duitsers en Geallieerden, waarbij prins Bernhard ook aanwezig was. Eerst op zondag 6 mei werd in de aula van de Landbouwhogeschool de capitulatie door generaal Blaskowitz ten overstaan van de Canadese generaal Foulkes ondertekend.