WO I Opa Wandel
Periode "De Hel" Willemstad
10 november 1914
Om 8 uur van morgen stonden we klaar te vertrekken naar de Prosperpolder. We hebben heerlijk in de school geslapen en hebben onze buik gevuld, bij de bakker waarvan ik gisteren avond sprak en marcheerde af naar onze grenswacht. In Nieuw- Namen ontmoeten we onze Wacht Commandant Sergeant Willemsen, op weg naar de wacht, waar we om 12 uur gezamenlijk aan kwamen. Niets was veranderd sinds we weg zijn geweest, alles nog het zelfde. We kropen dan ook maar weer op den dorsvloer in stro en kon een uur uitrusten, om straks om 1 uur met een wachtje te vertrekken naar de Hartwich of Herdwige polder. Van 2-5 uur kwam ik met Steendijk op dubbelpost. De uren gingen vlug om, want we hadden elkaar veel te vertellen. Juist toen we afgelost werden, zag ik Fierens komen met bericht, dat hij mij kwam aflossen. Daar ik mij direct moest melden bij de Wacht Commandant Sergeant Willemsen in de Prosperpolder. Om 6 uur melde ik mij, waar ik order kreeg mij klaar te maken tot vertrekken naar Nieuw- Namen; veldtenue met rol en deken achter de klep van het ransel. Ik drukte allen de hand en vertrok door stik donkeren avond naar Nieuw- Namen.
Waar ik mij meldde bij Luitenant Tanuwa, die mij tegelijk opdrachr gaf door te lopen naar Hulst. Ik gaf hem te kennen, wat ongeveer ik deze dag gedaan had en vroeg tegelijk hier te blijven maffen om dan morgen te vetrekken wat mij door de telefoon vanuit Hulst werd toegestaan.
11 november 1914
Om zes uur van morgen stond ik gereed in te stappen in de diligence ( postkar ) naar Hulst. Mijn mede reizigers heer en dame spraken Frans doch ook Vlaams naar mijn denken waren het dan ook Vlamingen. Om 8 uur stond ik op het bureau te wachten en het duurde een uur voor ik mij kon melden, bij de sergeant majoor. Daar ontving ik een reiswijzer naar Willemstad om overgeplaatst te worden op verzoek naar Fort "De Hel"
In Roosendaal miste ik den tram naar Willemstad via Oud Gastel. Ik moest drie uur wachten en kwam pas 9 uur ,s avonds in Willemstad aan. Ik vroeg de weg naar den Fort, maar daar het stik donker en mij onbekend was nam ik de vrijheid in de vesting te blijven vroeg aan de schildwacht die op de Landpoort op post stond, of ze misschien Korporaal de Valk kenden?
Mijn kameraad, die ook overplaatsing was toegestaan en tevens waar hij lag. Een mannetje van de wacht bracht mij naar de kazerne en toen ik daar binnen kwam in veldtenue lag hij al onder de wol op eigen gemaakte kribben van dikke boomtakken aan elkander gespijkerd, voorzien van strozak en drie wollen dekens. Ze stonden vreemd te kijken, nauwelijks kende Valk mij of de begroeting was hartelijk. Toen ik mijn uitrusting afgehangen had, kreeg ik eerst een halve eetketel chocolademelk van hem die ik gretig uit dronk en kreeg plaats naast hem op een krib maar nu niet onder elkander dekens.
12 november 1914
Het ontwaken is niet vreemd, nu we weer als oude vrienden naast elkander geslapen hebben.
Na mij zelf gewassen te hebben en verzadigd te zijn, ging ik mijn uitrusting om en vertrok naar Fort "De Hel". Koud is de morgen van 12 november. Evenwel had ik er weinig van, want ik liep een stevige pas. Overal passeerde ik schildwachten en met No. 5 mee tellende was ik de schildwacht genaderd, die voor de brug op post stond van het Fort' de Hel" .
Een aardig gezicht zo'n fort; rond om in een gracht gelegen. Verheft hij zich als een eilandje uit het water. Toen ik op het fort was aangekomen, melde ik mij bij den 3e Commandant 1e Luitenant Inkelaar en werd zodoende gedetacheerd bij de 3e Compagnie IIIe Bataljon, 14e regiment infanterie. De Commandant maakte op mij een aangename indruk. En vroeg mij verschillende bijzonderheden van de grens. Zodra hij van een en ander op de hoogte gesteld was, werd mij mijn slaapplaats aangewezen en kon ik mijn uitrusting afhangen en opbergen.
Direct kreeg ik alle kanten soldaten rond mij waarmede ik kennis maken kon.
Ze zagen er allen zeer voldaan uit in tegenstelling met de plaats waar ik vandaan kwam.
Ze waren dan ook allen ten zeerste voldaan over de voeding en den dienst.
Toen ik mijn slaapplaats en de ondergrondse kelder had gezien, kon ik zeggen dat het er beter uitzag dan in de schuur bij boer Ferket in de Prosper.
Mijn krib stond boven op de krib van mijn plaatsje Willem Visser van Retranchement.
En voorzien van strozak met 3 dekens. Boven ons hoofd was een verwelf waar volgens de mannen mij zeiden, iedere morgen een laagje salpeter aan hing. Dus het was er vochtig, bovendien lagen we er met 24 manschappen in den kelder. Wanneer ik rechtop mijn krib zat, raakte mijn kruin tot aan het verwelf.
Daarna werd ik bij de foerier Geelhoedt geroepen, die mij voorzag van 2- stel nieuw ondergoed, dat was dan ook hoog nodig, want het geen ik aan mijn body had, was met grote steken bij elkaar gehouden. Om er ten minste nog een beetje als soldaat uit te zien, zo ook mijn boven goed.
Ook zou hij zorg dragen, dat ik binnen 14 dagen mijn blauw uniform kon inleveren om dan van top tot teen in het grijsgroen gestoken te worden.
's Middags werd ik ingedeeld om te werken op het fort. Zie daar mijn eerste avond ver van de Duitse patrouille, die wij nu niet rond de oren zouden schieten.
18 november 1914
Voor het eerst ben ik op wacht en wordt straks 2 uur afgelost. In totaal 6 uur, 3 x 2 uur op post gestaan, wel om vol te houden. Na de wacht mag ik met 2 x 24 uur verlof naar Nieuwerkerk en Goes. De bezetting is sterk 96 man, waaronder behoren; Infanterie, Genie en Vesting artillerie, bovendien staan er twee kanonnen van 8cm en 2 mitrailleurs.
We hebben hier een stil leven. Op den dag werken we op het fort. Bovendien jassen en wacht dat door een om de drie of vier dagen plaats vindt. Het eten is uitstekend 's morgens bij het opstaan krijgen we ons kuchje met soep, zoveel we maar kunnen gebruiken. Meestal zet ik nog een eetketeltje weg om op den dag uit te drinken. De soep is dan ook zeer gewild onder ons militairen.
26 november 1914
Enige dagen zijn verstreken.
19 november sneeuwde het. 20 november kwam ik terug van verlof, het was vriezend weer.
21 november hadden we een militaire wandeling van drie uur, door de stelling Willemstad en genoot van het heldere weer.
Meteen kon ik de gedane werkzaamheden ( verschansingen enzovoort, die de bezetting in de orde voor mogelijke aanvallen wanneer het oorlog moest worden, in ogenschouw nemen.
23 november kon men op het ijs lopen en zag men ook enkele schaatsrijders.
24-25 november stond ik op wacht, het regende toen verschrikkelijk hard. Na de wacht moest ik bij den Kapitein van de Genie komen in Willemstad. Die mij opdracht gaf een straatje te leggen op het fort van af de brug tot aan de trap.
26 november, Vandaag ben ik weer eens stratenmaker van de Genie. Ik kreeg opdracht het straatje uit te voeren zonder kantlage ( zogenaamd paardenpad )'
Ik maakte den fort commandant wijs, dat zulks niet net was en gaf mij order het zo mooi mogelijk te maken, naar eigen goeddunken.
Van de Genie kreeg ik een uitbrander, maar het lag er keurig in tot genoegen van mijn fort commandant. Ik had 4 soldaten om stenen en zand aan te brengen.
Vanavond zit ik in Tehuis te Willemstad.
4 december 1914
Sinds 1 december ben ik met verlof naar huis geweest, waar ik genoeglijke dagen heb mogen doorbrengen. Het valt dan weer niet zo mee om weg te gaan. Maar wat hebben we veel reden om dankbaar gestemd te zijn, in tegenstelling met onze naburen en alle oorlog voerende mogendheden. Mijn bede is dan ook Heere bewaar ons daarvoor en breng de anderen tot verzoening.
5- 6 december 1914
De dag is bijna ten einde. Om 2 uur na middag, 5 december kwam ik op wacht.
Den avond is zeer gezellig voorbij gegaan in de wacht. We hebben heerlijke chocolademelk gedronken, die ikzelf heb klaar gemaakt. We kregen als cadeau nog 5 sigaren en een pakje rooktabak van de fort commandant.
21 december 1914
Zo juist ben ik van verlof uit Utrecht in het fort gekomen. Mijn oom Kees en tante Marie
( C W Nederhand en echtgenote ) waren in hun schik dat ik die dagen bij hen heb doorgebracht. Voor mij zelf vond ik het nog prettiger en heb mij die dagen goed geamuseerd.
Ook bij de familie in de Boorstraat. Ik ben rijk teruggekeerd als Jan Fuselier met een kistje sigaren onder de enen en een grote zak zware pruimtabak onder den anderen arm.
Juist een precentje dat van pas komt. Ja, Oom weet als oud soldaat precies wat we nodig hebben om den tijd in te korten.
Bij mijn thuiskomst werden we allen voorzien bivakmuts gebreid van Hollandse vrouwen en meisjes. Zulks doet een soldaat goed, wanneer je weet hoe gering het ook is, dat er om ons gedacht wordt. Dat maakt een soldaat nog plichtsgetrouwer,
26 december 1914
Van Hare Majesteit Koningin Wilhelmina ontving elk soldaat een kerstgroet van den na volgende inhoud
Kerstgroet.
Er is veel stof tot dankbaarheid in onzer groten doch moeilijke tijd. Een verheffende zin van eenheid en saamhorigheid treedt ons tegemoet, onderlinge waardering en samenwerking op velerlei gebied valt waar te nemen, als de nooddruft stijgt wordt de liefde overvloediger.
Krachtig doet de behoefte tot nadenken, tot gebed zich gevoelen; er wordt vurig gebeden.
Men kan zich geen groter tegenstelling denken dan de heilsbelofte Gods en leed en de smart waaronder thans de wereld gebukt gaat. Doch nooit schitterde ons het licht dier eeuwige ontfermde liefde helderder tegen dan op dit feest van onzen Heiland; immers ook om de ellende te dragen, waarvan wij op dit ogenblik getuige zijn, nam Hij onze gestaltenis aan.
Gelijk het landschap, door de zon met licht overgoten, zich baadt in de weelde van rust en van kalmte, zo straalt op het hart dat zich voor Hem ontsluit, vrede en blijdschap af zo Christus liefde het beschijnt. Hiervan jubelt het Engelenheir op Bethlehem's velden.
Het kindeke Jezus heeft ten allen tijde veel vertrouwen gevraagd, Het vraagt dit nog steeds. Aan ons de fiere moed Het dit te schenken. Laten wij met de Herders gaan in het gebed naar de kribbe, naast het kruis, met AL onze noden en vragen. Tot ten slotte ons gebed en geloof overgaan in aanbidding.
WILHELMINA,
Wat heerlijk zo iets te mogen ontvangen van onze Landvorstinne.
We mogen vernemen door bezegeling van haar handtekening dat onze Vorstin gaat naar Bethlehem's kribbe om Jezus te zien en niet alleen zij zelf alleen maar brengt door liefde tot Hem al haar onderdanen, het gehele Nederlandse Volk naar Jezus toe en vraagt dan; Laten wij met de Herders gaan in het gebed naar de kribbe, maar het kruis met al onze noden en vragen.
Tot tenslotte ons vragen verstomt en ons gebed en geloof overgaan in aanbidding.
Heere Jezus ik bid U, bewaar onze Vorstin nog vele jaren om ons lief Nederland en het Nederlandse volk en dat velen haar voetstappen mogen navolgen, want het is heerlijk U Heiland te volgen.
We zitten niet als gewoonlijk bij den kerstboom of in den huislijke kring.
In het soldatenleven is dat anders, velen brengen den avond door op wacht, in de kantine of andere plaatsen. Persoonlijk zit ik te midden mijner kameraden in het Militair Tehuis in de Willemstad. En gedenken hier in alle stilte aan dat heerlijke feit, dat Jezus 1914 jaren geleden ook geboren is voor ons.
Velen hebben dan ook nog een woordje in te brengen over die Vrede Vorst.
We gevoelen dit nu des te beter wat Vrede is in een tijd van Oorlog.
Vrede den Eeuwige Vrede in Jezus alleen.
Door de Nederlandse Burgerij is een grote schat ingezameld om ieder soldaat een geschenk te kunnen geven.
Het was dan ook van groot belang te mogen ontvangen;
Een houten tabakspijp, 5 sigaren, doosje speculaas en een grote kop chocolademelk.
Hartelijk dank aan hen die aan ons dachten. Als we zoiets ervaren dan gevoelen we te meer wat de Liefde van Christus is, die ons wil verlossen van verderf en ondergang, en ons wil brengen in Zijn eeuwige Vredeswoning.
31 december 1914
Nog een enkel regeltje op oudejaarsavond. Met veel andere militairen zitten we de oudejaarsavondpreek te overdenken, die we voor het laatst van dit jaar gehoord hebben. Een ieder denkt dan ook over het voorbijgegane jaar en jaren. Vroeger bij moeder thuis, thans in dienst van Hare Majesteit onze geëerbiedigde Koningin Wilhelmina.
Er komt stemming onder ons.
Een Vesting soldaat van Fort Sabina te Heijningen ( Schouten uit Rotterdam ) stelt ons voor
Schout is een rechtstreekse vertegenwoordiger van de heer der heerlijkheid,
het lief en leed van ons dagelijks zijn hier en den eeuwige Vrede van Christus daar boven.
Door zijn spreken is iedereen opgebeurd en opgeruimd van gemoed.
We geven alles in de handen van Hem onzer God en Vader.
Na het danken en zingen stapten we welgemoed naar de plaats onzer bestemming
Fort 'de Hel" .
We zijn;
- - H.M. Liefbroer van Colijnsplaat, lichting 1913.
- - J. Douw van Colijnsplaat, lichting 1913.
- - P. de Ridder van Retranchement, lichting 1910.
Aan wie ik inmiddels geestelijke banden heb gekregen, gedurende mijn verblijf op het fort.
Toen we op het fort in de kelder aan kwamen stond op iederen hoek van de ijzeren krib een kaars te branden en vierde ieder soldaat zijn oudejaarsavond, op zijn eigen manier.
En zo als die kaars uit brandde, zo gaat straks het jaar 1914 voorbij.
Wij danken U Vader voor de vele zegeningen, waarmede Gij ons tegen kwam boven bidden en danken.
-1915-
1 januari 1915
Een nieuw jaar is ingetreden, 1914 is gepasseerd met al zijn lief en leed en 1915 heeft een aanvang genomen.
Ieder vraagt zich af hoelang nog soldaat. Of zouden we dit jaar ook de oorlogsbrand op Hollandse bodem zien ontbranden, en zo meer dergelijke vragen komen ons te binnen en vragen elkander af, na wederzijdse heilwensen te hebben gedaan.
Niemand onzer kan als vanzelfsprekend geen afdoend antwoord daarop geven.
Maar dit weten wij; Hij zorgt voor ons. En we mogen die belofte aannemen.
Die op Hem vertrouwt, zullen niet beschaamd worden.
We ontvangen veel brieven van geliefde betrekkingen en hebben het ook de laatste dagen druk met schrijven gehad. Op het fort krijgt ieder Nieuwjaarsgeschenk. Het bestaat uit 10 sigaren, een fles bier en pakje tabak. Den avond zullen we weer in Tehuis doorbrengen.
8 januari 1915
In plaats van Vredesklanken, horen we dagen achtereen het gebulder van de kanonnen op het Westelijk front.
Het is guur weertje; de regen valt elke dag bij stromen neer. Ook in het fort is alles even nat. Het water loopt bij tijden langs de muren. Onze dekens zijn vochtig en het schijnt mij lang zo gezond niet toe als bij mijn eersten aanblik; toch mogen we niet klagen over zieke soldaten.
Maar door de vocht waren onze geweren in de loop zo roestig. Dat kwam op uit 3 januari, toen we inspectie hadden van den meester geweermaker. Gelukkig dat alle geweren een weinig geroest waren, met uitzondering van Klaas van Mook van Oosterhout, lichting 1913, die zag er keurig uit. We zouden anders gestraft zijn geworden. Luitenant Inklaar was wel wat uit zijn humeur doch de schuld was meest hem zelf, omreden twee noodzakelijke dingen op het fort mankeerden den wapenolie en invetstokken.
Van 4-5 januari stond ik op wacht. Den namiddag van wacht afkomende brachten onze tijd er in de kantine door. Diezelfde middag kwam de Sergeant Majoor wie van de manschappen groenten wilde schoon maken. Doch niemand stond op. Zij die op wacht gestaan hebben zijn vrij van dienst en stonden als vanzelfsprekend ook niet op. Hij was ineens zo boos dat hij commandeerde, binnen 15 minuten staan allen die hier zijn in veldtenue aangetreden.
Binnen dat kwartier uur moest alles in orde gebracht worden en stond alles in de houding.
De luitenant trad naar voren en bestrafte ons allemaal, ook die geen schuld hadden, gaf daarna het commando over aan de Sergeant Majoor, die ons liet inrukken. Dat viel mee, want we hadden op een mars gerekend. Toen allen afgehangen hadden, ging het beter met groenten schoonmaken.
,s Avonds ging ik met 3 x 24 uur verlof. Eerst naar mijn meisje en verder naar mijn ouders.
Op den avond van terugkeer,, kwam ik 's nachts 12 uur 8-1-1914 binnen. Ze waren allen blij toen ze me weer in hun midden terug zagen. We mogen en ik kan onzen God dag na dag danken dat Hij ons nog in vrede bewaart.
12 januari 1915
Van 10-11 januari stond ik op wacht. Den gehele dag en nacht het zeelfde.
Ook 9 januari hebben ze een vreselijke bombardement gehad, we konden het goed horen.
Het was verbazend koud en we hadden het druk met aanroepen op den Zondagavond meest militairen en burgers, die we aanriepen Halt---Wie daar?
's Nachts was het minder aangenaam, dan moesten we ons rieten schilderhuis boven op de Sabinadijk, want het regende en de wind blies overal doorheen. Bij mooi weer op den dag heeft men van die plaats een prachtig vergezicht op het Hollands Diep met zij drukke scheepvaart.
's Nachts zien we enkele lichten van schepen en gasboeien. We hebben iedere dag regen, het maakt alles nat en vochtig en bovendien moeilijk begaanbare wegen. Buiten onze wacht hebben we geen dienst. We slapen, eten en drinken, tabak roken, corvee dienst en 99% van de manschappen zitten te kaarten of brieven te schrijven voor tijdverdrijf.
Het is wel om vol te houden, maar saai. Ik heb intussen wel eens verlangt naar de grens terug te gaan om lief en leed te delen. 's Middags na 4 uur ga ik naar Willemstad naar mijn vrienden Valk en Manneke, die intussen ook van IIe Bataljon naar IIIe bataljon is overgeplaatst op verzoek. We behoorden bij het in dienst komen in dezelfde sectie thuis.
We zijn nu op de avondschool gegaan bij de Hoofdonderwijzer van de Christelijke School.
Na afloop ga ik nog een half uurtje tippelen naar het fort.
16 januari 1915
Van 13-14 januari heb ik op wacht gestaan voor van Gastel uit Zierikzee, waar ik voor ontving f 1,25 dat is wel om vol te houden, wanneer je maar 6 uur schilderen moet.
Vandaag is het juist een jaar geleden dat ik onder de wapens kwam. Wat in dien tussentijd is gebeurt heb ik zoveel mogelijk beschreven.
Mijn voortdurende dank zij Hem toegebracht. Op het gebied van de oorlog is geen verandering te bespeuren. Voortdurend loopgravengevechten op het Westelijk front.
26 januari 1915
Met den oorlog nog steeds het zelfde op Oostelijk front is geen verandering, op het Westelijk front een weinig. De Duitsers hebben de stad Soissons in Frankrijk bezet. De Vlamingen strijden nog altijd even moedig om hun laatste stukje grond. In de verlopen dagen was er nog een zeeslag tussen Duitsers en Engelsen, waarbij eerstgenoemde een schip moest prijs geven met 820 koppen aan boord.
Van 17-18 januari stond ik op wacht. Het stormde uit het Noord Westen, het water vloeide sterk en kwam daardoor heel hoog te staan. Die nacht spoelden er veel mijnen aan. Met het zoeken naar mijnen, zijn er op de Westerschelde 5 matrozen van onze Marine omgekomen.
Van 21-25 januari ging ik met A.W. Timmerman uit Zierikzee van de lichting 1911, ook soldaat op "de Hel" met verlof naar huis. Hij wist me te overhalen een dag langer te blijven dan we gekregen hadden. En waar ik nu Zondagsavonds moest binnen zijn.
Maandagsavond terug te keren, daar ik gewoon was wanneer de Zondag in mijn verlof viel een dag vroeger terug te keren omdat het mijn geweten niet toe liet dat anderen voor mij moesten werken op den dag die we Hem behoren te wijden. Ik had mijn jawoord gegeven en keerde niet terug voor maandagavond. Die Zondag hadden ze niet veel aan mij thuis. Moeder had het goed gezien en vroeg mij dat nooit meer te doen, want ze begreep dat er iets niet in den haak was. Ik voelde het des te beter dat ik mijn Heiland bedroefde, die ik trouw beloofd had bij leven en bij sterven.
Toen ik dan die avond op het fort aankwam hoorde ik van allen dat Sergeant Valk mij gerapporteerd had, omreden ik op drie appels gemankeerd had. Nu had het dien nacht geregend en dan heb ik als corvee dienst. Het straatje wat ik zelf gemaakt heb, schoon te houden.
Hij bleef maar roepen; Wandel, Wandel net zolang dat de Sergeant Majoor en fort commandant beiden als uit een mond riepen, Wandel is al lang precent. Als teken dat hij zijn mond houden moest. De fort commandant liet het meermalen, ja bijna allemaal bleven langer weg dan ze kregen en nooit werd iemand gestraft.
Nu was ik geen vriend van Sergeant Valk omdat ik liefst niet in zijn gezelschap verkeerde en dacht mij op die manier eens te nemen. Dit was echter een feit ik had mijn verdiende loon. En toen ik 12 uur op het rapport kwam en de Luitenant mij vroeg, waar ben je geweest, je hebt gemankeerd op 3 achtereenvolgende appel, zei ik hem rondweg. Ik wou ook eens een dag langer thuis blijven en die straf die ik mede verdiend heb, neem ik in allen dank aan. U geef mij maar wat ik verdien. De Luitenant zei; ik ben dat niet van je gewoon Wandel en omdat je zo rondweg zegt waarop het staat, zal ik je niet straffen, maar ga je vrijuit. Ik hoop dat het niet meer nodig zal zijn."Voor mijzelf heb ik den straf gedragen, omdat ik Zijn
( mijn Heiland ) wil verzaakte.
30 januari 1915
Vandaag ben ik 21 jaar oud en van alle kanten ontvang ik brieven en gelukwensen. Het is bepaald aangenaam om te verjaren. Wat zal dit jaar dat voor mij openstaat brengen? God weet het. Ik mocht Hem danken, loven en prijzen die mij tot dit ogenblijk nabij waart.
Hem zij heel mij leven
En mijn kracht gewijd
Die mij elke stonde
Zoveel goede bereid
Hij wou mij verlossen
Van al mijn zonde en schuld
Hij heeft veler smaadheid
Ook voor mij geduld
Jezus trouwe Heiland
Geef mij kracht voortaan
Den goeden strijd te strijden
Mijn vijand te weerstaan
Den vijand die mijn harte
Wil verscheuren van uw land
En mij voorgoed wil brengen
In eindeloze smart
6 februari 1915
De laatste dagen heb ik onder de wol gelegen, met 2 x 2 x 24 uur kwartier ziek onder de wol, vanwege de verkoudheid. Gelukkig ben ik er weer boven op. De vorst die enkele dagen aan den gang was, is teneinde en hebben nu weer iedere dag regen en donker weer.
Vele manschappen zijn zwaar verkouden.
Italië en Roemenie zijn bezig hun troepen te organiseren, met het oog daar op denk ik dat ze ook aan den oorlog zullen deelnemen. Het is niet te hopen.
14 februari 1915
Op de gevechtsterreinen is weinig verandering te bespeuren. Alleen kost het veel mensenlevens.
Voor ons land is de toestand nog even kritiek. Ook den handel gaat met vele moeilijkheden en gevaren gepaard.
Elke dag worden onze troepen meer oorlogsvaardig gemaakt, om wanneer de een of andere vijand moest opdagen, tegenweer te kunnen bieden.
Onze soldaten zijn dan ook even stoer, vastberaden en Vaderlands gezind.
Nog altijd stroomt Zeeuws- en Hollands bloed door de aderen. Maar onze bede is. Heer bestendig den Vrede over ons land en volk.
Van 8-10 februari ben ik met verlof naar Nieuwerkerk en Goes geweest.
Waar ik allen in goeden welstand heb mogen ontmoeten, begroeten en achterlaten.
Op 12 februari was het buitengewone oefening in de stelling"Hollands Diep" en het Volkerak.
Overal zag men de soldaten in schijnbeweging hun stelling verdedigen.
Ook op het Fort kwamen allen in stelling.
De Genie moest bruggen laten springen en noodbruggen op slaan. De kanonniers in stelling achter de stukken. De Infanterie achter de verschansingen en in loopgraven.
De oefening duurde van 's morgens 9 uur tot 3 uur namiddag met prachtig weer.
De Generaal Majoor Stelling Commandant was ook aanwezig. Geheel de oefening had een prachtig verloop.
Van 13-14 februari stond ik op wacht.
20 februari 1915
Van 15-16 februari stond ik weer op wacht. En toen ik van wacht kwam kon ik dadelijk met 3 x 24 uur verlof naar huis.
In goeden welstand ontmoeten we elkander weer. Den volgende dag ging ik met mijn vader mee straten op den Rolleklootsedijk te Nieuwerkerk. Tijdens mijn verlof hadden ze op het fort bezoek van Generaal C.J. Snijders commandant van Land en Zeemacht. Vandaag hebben we gewerkt aan de ijzerendraadversperringen rondom het fort de Hel.
Op het oostelijk front behaalden de Duitsers succes op de Russen. Op het Westelijk front geen verandering. Dezer dagen zijn in de buurt van Vlissingen bommen geworpen, die gelukkig geen schade hebben veroorzaakt. De laatste dagen komt het telkens voor dat Engelse vliegers het spoor bijster zijn en zo doende over Holland vliegen. De torpedoboot Zeemeeuw te Vlissingen schoot zo'n ongewenste gast neer. Het kanongebulder is op het ogenblik na de gehelen dag vreselijk aan de gang.
25 februari 1915
De laatste dagen hebben we voortdurend gewerkt aan ijzeren versperringen.
Overigens hebben we een rustig leven.
Op 24 februari is door geheel Nederland een bidstond gehouden in alle Gereformeerde Kerken. Ik heb die ook mogen bijwonen.
Het was voor mijn ziel een groot genot te toeven in het huis van God
In het huis waar het mij had neer gezet Om uit te storten mijn gebed
Een Gebed om in Europa's land te doven dezen oorlogsbrand
Den brand die zoveel offers vraagt en veel ellende met zich draagt.
En dit te brengen, aan Gods voet O, dat is wonder, wonderzoet
Wilt gij gerust door het leven gaan. Mijn ziel, blijf bij Uw Heiland staan.
Want met den Heiland aan uw zij, Leeft gij gelukkig, zalig, blij.
Volgens officiële mededeling moet Rusland een tiende gedeelte van zijn staand legerkorps kwijt zijn, aan doden, gewonden en krijgsgevangenen. Ook van zijn Cavalerie moet weinig meer over zijn.
1 maart 1915
Elke eerste dag van de maand doet ons denken aan den dag, toen ons leger gemobiliseerd werd. Reeds 7 maanden mobilisatie. Nog steeds oorlog en strijd. De Europese mogendheden zien misschien niet in welk een rouw ze brengen in hunne landen.
Het is en blijft oorlog en wat zal het einde zijn.
Die vraag klinkt telkens weer van ieder soldaat. Maar door al deze moeilijkheden te weten "God zorgt" maakt rustig.
3 maart 1915
Van 2-3 maart een wachtje over genomen voor f 1,25. Het was regenachtig en koud weer. Den gehelen nacht hoorden we het kanongebulder.
Volgens officiële berichten, drijven vele mijnen in de Zeeuwse wateren. Door een ontploffing van aangespoelde mijn, zijn vier mensen in de omgeving bij Zierikzee ( schouwen ) om het leven gekomen. Op het oostelijk- en Westelijk front loopgravengevechten, kanonnades en bajonet aanvallen. De Engels- Franse vloot beschieten sedert enige dagen de forten aan de Dardenellen ( Turkije )
Op onze grenzen wordt veel gesmokkeld. Smokkelaars worden vaak door onze schildwachten aan- of doodgeschoten.
5-6 maart 1915
Van middag kwam ik op wacht en moet 8 uur schilderen van de 24 uur.
Veel regen stroomde uit de op een gepakte wolken. Van wacht afkomende ging ik met 3 x 24 uur verlof in gezelschap van A.W. Timmermans, via Steenbergen naar Nieuwerkerk, waar ik zo juist aankwam 11 uur in den avond en allen in gezondheid ontmoette.
6-9 maart 1915
Mijn verlof heb ik thuis doorgebracht te midden van Ouders, broeders en zusters, die dagen zijn dan ook weer even vlug voorbij. Om half zes na middag nam ik van allen afscheid, vertrok per tram via Zijpe – Steenbergen – Oud-Gastel. Waar we 2 uur moesten wachten.
Het was reeds 11 uur en nog was geen conducteur geweest om te waarschuwen en begrepen dat de tram is weggereden zonder waarschuwing. Bleven op die manier met zes soldaten op Gastel. Vroegen de Stationschef bewijs dat we op tijd het Fort niet konden bereiken.
Gingen daarna naar de Koekfabriek. Vroeg de Sergeant van de wacht een bewijs dat we daar zouden geslapen hebben bij eventuele navraag en legde me neer in stro.
Met den overjas over mij heen geslagen om eens heerlijk te maffen.
10 maart 1915
Na een broodje en kop koffie gedronken te hebben, stapten we in den tram, die 7,30 uur vertrok naar Willemstad aan de Stadsedijk stapten we uit.
Ik ging naar fort “de Hel” en H. Krabbe van Nieuwerkerk, vesting artillerist van de lichting 1914 naar fort “Sabina Henrica”. Bij aankomst trok ik vlug mijn werkpakje aan en kon direct een nieuwe strozak vullen. ’s Middags op fort werken en ’s avonds naar Willemstad ter kerk.
Dominee sprak over den Geestelijken oorlog. Bij het uit gaan werden Vaderlandse liederen gezongen. Het was een goeden avond geweest.
16 maart 1915
Sinds 10 maart horen we dag en nacht met tussenpozen het kanongebulder in de verte.
Van 11-12 maart was ik op wacht en 15-16 maart idem het zelfde, met dit verschil dat we 12 uur op post moesten staan schilderen. Deze verandering houdt verband met de verlofregeling en gaan nu in plaats van de 18 dagen, voortaan na 14 dagen met 3 x 24 uur verlof. Buiten den dienst hebben we corveeën aardappelen jassen enzovoort, allemaal dingen die we op het gemak kunnen waarnemen. Overigens leeft men bij den dag en worden de meeste uren van de soldaat in de kantine doorgebracht. Vandaag mocht ik weer 3 brieven van mijn geliefden ontvangen.
Op 13 maart is door de Duitse marine een Zweeds stoomschip getorpedeerd.
Overigens van de fronten loopgraven nemen en hernemen.
In Duitsland wordt alles gerantsoeneerd. Het begint te nijpen.
Zouden we in den tijd leven van de komst van de Heere Jezus Christus.
Onze bede is, open ons aller oog voor Uwe Liefde die Gij aan ons geschenkbaar hebt op Geloof aan het kruis en Zijn voortgang vindt aan de rechterhand des Vaders Heere ontferm U onzer.
18 maart 1915
Van morgen hadden we een mars naar Dinteloord. Om 8 uur rukken we uit en waren 12 uur op het fort terug. het was prachtig weer.
19 maart 1915
Het was van morgen een witte wereld. Af en toe kwamen sneeuwbuien hun last naar beneden zenden.
De stad Presmysl in Oostenrijk, die 4½ maand door de Russen belegerd werd, moest zich vandaag overgeven.
Deze vesting die omringd was door 20 forten, telde 50.000 inwoners. Grote veldslagen vinden plaats op het Oostenrijks front. Nu eens wint de Rus en dan weer de Duitsers.
Op het Westelijk front loopgraven gevechten. Tijdens een gevecht van de Geallieerden tegen de Duitsers bij Capelle in België werden 300 Duitsers krankzinnig.
20 maart 1915
Ook van morgen een witte wereld. Toen de zon zijn middaghoogte had bereikt was alles gesmolten. Vandaag hadden we oefening polsstokspringen, waar Luitenant Inklaar een groot liefhebber van is. Ook voor mij een aangename sport. In mijn vrije tijd studeer ik in de Franse taal.
21-22 maart 1915
Er zit weer een wachtje op van 24 uur, waarvan ik 9 uur op post stond.
Bij het mooie weer zongen we wel 2 uur achtereen, toen we van nacht op post stond.
23 maart 1915
Vandaag hadden we een mars naar Fijnaart over Oudenmolen.
25 maart 1915
Om 8 uur stond ik bij de boot te Willemstad om te reizen via Numansdorp – Zijpe – Nieuwerkerk, waar ik mijn geliefden alles in gezondheid mocht ontmoeten en begroeten en was om 11.30 uur thuis. Den anderen dag bracht ik door bij familie en vrienden.
26 maart 1915
Van morgen was ik reeds vroeg in Zierikzee. Ik heb Vader naar de boot gebracht, die naar Zuid-Beveland mijn broer Johannes een bezoek bracht, die op de Rijkswegen werkzaam was.
Daarna ging ik naar de moeder van A.W. Timmermans ( militair soldaat op het fort “de Hel”)
Meteen haar de groeten overbrengende van haar zoon.
27 maart 1915
Na wederzijds groeten vertrok ik om 5 uur van huis en kwam om 8.30 uur op fort “de Hel “aan.
30 maart 1915
Van morgen om tien uur moest de bezetting aantreden.
Onze Commandant Luitenant Inklaar gaat ons verlaten om op het fort Prins Frederik te Ooltgensplaat, Goeree-Overflakkee zijn dienst te gaan verrichten.
De Sergeant Majoor liet ons aantreden en houding aannemen. Daarna trad de Luitenant naar voren en sprak ons toe als volgt:
Mannen
De tijd is gekomen, dat ik u allen ga verlaten om mijn plicht op een ander fort te gaan vervullen. Het doet mij leed van u te moeten scheiden.
Acht maanden zijn we nu hier en gedurende de mobilisatietijd hebben we als kameraden omgegaan. We hebben elkaar leren kennen. Ik …U en Gij …. Mij.
Kameraden. Nu ik van hier ga, dank ik U allen, voor de broederschap die we elkaar hebben betoond.
Ik hoop en wens voor U allen dat er spoedig een demobilisatie zal intreden en gij allen weer naar Uwe haardsteden zult kunnen terug keren.
Ik wens het voor U allen, voor mij blijft het toch hetzelfde en voor het laatst.
Kader en soldaten ik dank u allen voor uw trouw en ijver, die gij mij in al dien tijd hebt betoond.
Voorts hoop ik, dat gij uw plicht ook voor uwen nieuwen Commandant Luitenant Harts, met trouw zult vervullen.
Toen gaf hij het commando over aan Luitenant Harts, onzen nieuwen commandant.
Waarop wij weer de houding aannamen.
Deze sprak ons aan als volgt;
Soldaten
Het is het eerste ogenblik dat ik in uw midden ben. Zojuist heb ik het commando overgenomen van uw oude commandant Luitenant Inklaar en blijde stemde het mij te horen, dat hij allen met hem als kameraden hebt omgegaan.
Ik hoop ook dat gij met mij en ik met U als kameraden kunnen omgaan.
Daarop gaf hij de Luitenant Inklaar de hand, hem de navolgende woorden toevoegend;
Gij zult op het nieuwe fort ook kameraden vinden. Ik heb daar met Zeeuwen omgegaan, die echte kameraden voor mij zijn geweest en die warme moed bezitten voor het Vaderland.
De plechtigheid was afgelopen en konden inrukken.
Met droefheid keken we onzer Luitenant Inklaar achterna, draaide zich eenmaal om maar keerde zich weer vlug in het fort terug.
Inmiddels naar de op post staande schildwachten om hem zijn laatste groet te brengen.
Droef te moede vertrok hij uit ons midden, die daar al dien tijd een echte wapenbroeder voor ons geweest was.
5 april 1915
Het is nu 6 uur in denavond van den 2e Paasdag.
Als naar gewoonte ben ik gevlucht naar het rustige militair tehuis, waar ik den avond in gemeenschap van andere kameraden gezellig tracht door te brengen.
Het is omstreeks een dag of 5-6 geleden, dat ik in mij dagboek geschreven heb.
Dat komt ook al met de wacht en de paasdagen.
Onze nieuwe commandant is nu een week op het fort.
Voor ons soldaten is het een grote verandering
Want op den voorgrond staat bij hem “Model dienst “
Het is gewoon weer het oude kazerne leven, verschillende appels enzovoort enz.
Wat de persoon zelf betreft dan mag ik zeggen, dat wij een goede, beste commandant hebben,
Den Goeden Vrijdag was ik vrij van dienst en kon op die manier naar kerk.
Van 3-4 april moest ik op wacht. De beide Paasdagen hadden we vrij van dienst. Zondag namiddag van wacht komende ging ik ter kerk en zat ’s avonds in het tehuis voor militairen.
Van morgen ter kerk en van middag in gezelschap van Manneke en Cats, laatst genoemde van de lichting 1914 van mijn geboorteplaats, gingen we wandelen. Onderweg ontmoeten we onzen vriend Valk met zijn meisje zo ook dezen Oom Leendert, die den verderen middag in ons midden bleef. Om 5 uur verlieten we hen en ging zelf met Manneke en Cats mee naar de kazerne, hun kuchje opeten. Zo ging den dag voorbij.
In de laatste 14 dagen zijn 4 Nederlandse schepen door de Duitse duikboten getorpedeerd.
11 april 1915
In den avond van 6 april kwam ik 10 uur ’s avonds bij mijn ouders op Nieuwerkerk aan, die ik in goeden welstand mocht ontmoeten en begroeten.
Op 7 april reed ik per fiets via Zierikzee, Catse Veer naar Nieuw en Sint Joostland waar mijn broer Johannes aan het straten was, dicht aan de Sloedam. Toen ik mijn boodschap van hier had overgebracht, hem tevens de hand reikend, reed ik naar mijn Anna, die ik in acht weken niet gezien had. Ook dat was weer een gelukkig wederzien. Den anderen middag was ze vrij en konden we uit wandelen gaan en genoten oprecht hartelijke wijze van in elkanders bij zijn.
Maar aan alles komt een eind en dan een tot weerziens, lieve An.
’s Avonds ging ik naar de familie Schipper en bleef daar slapen om bij het ontwaken in gezelschap van mijn broer Leen den terugreis naar huis te aanvaarden.
Waar we 11 voor middag aankwamen. Na middag 5 uur keerde ik naar het fort terug, waar ik 8 uur aankwam. Prettige dagen zijn weer achter den rug in gezelschap van geliefde betrekkingen.
Vandaag heb ik plaatscorvee, een baantje dat gelukkig niet iedere dag voorkomt. Van middag op wacht.
11-12 april 1915
We hebben er een aangename wacht op zitten. Prachtig weer.
Het kanongebulder konden we goed horen. Voor mijzelf moet ik 8 uur schilderen en heb voor A. de Witte van Biggekerke vannacht van 11.30 tot 1.30 uur op post gestaan.
Om reden hij niet erg in orde was.
16-17 april 1915
We hebben de laatste dagen prachtig weer en zijn een loopgraaf aan het maken, beneden aan den voet rondom het fort.
Gisterenmiddag ben ik op wacht gekomen waar ik ruim 8 uur van op schilderwacht stond.
Den laatste tijd komen we drukker op wacht, omdat velen onzer kameraden met 14 dagen landbouwverlof zijn. Dus moeten wij vanzelf hun wachten betrekken.
Overal in Nederland en in den laatste tijd vooral in Zeeland, wordt er veel gewerkt aan loopgraven en verschansingen, vooral in de buurt van Sloedam en Kruiningen.
Vele troepen trekken naar Zeeland. Op 13 april is te Goes door een compagnie soldaten, die daar een oefening hielden, een Duitse vliegtuig neer geschoten. De inzittenden, een officier en soldaat werden geïnterneerd. Voornoemd vliegtuig zweefde een helen poos boven Zeeland ter verkenning. De toestand op de verschillende posten is van dien aard, dat er hardnekkig gevochten wordt. Deze week werd het S.S. Katwijk geladen met graan voor de Nederlandse regering, getorpedeerd. En dit alles gaat door. Elke morgen vragen we elkander, wat het worden zal. Maar een die onze voorvaderen heeft bijgestaan is machtig ons ter zijde te staan, en zullen ons verdedigen onder Zijne bescherming als het moet.
Hem de eer. Leve Nederland en vooral het Oranjehuis.
19 april 1915
Van morgen hebben we gewerkt aan de loopgraaf en hebben den verdere dag vrij van dienst in verband met de verjaring van Z.K.H. Prins Hendrik der Nederlanden.
21 april 1915
Gisteravond hadden wij plan gemaakt om van morgen 2.30 uur op te staan. In tussen hadden we een mannetje van de wacht gevraagd, mijn persoon en Timmermans te wekken.
Gingen daarop gerust slapen. Om 4 uur werden we pas gewekt en konden de 1e gelegenheid van Steenbergen niet meer halen. We gingen toen om 5 uur uit Willemstad per tram naar Oud Gastel. Daar aan gekomen moesten we 1½ uur wachten op verbinding en besloten daarom maar te lopen naar Steenbergen via Gastelveer en Kruisland, waar we na 2½ uur getippeld te hebben aan kwam.
Daar aangekomen hadden tijd tot 10 uur. Gingen naar een barbier om te laten scheren en genoten daar een heerlijk kopje thee, wat ons goed deed smaken.
Toen we in den tram kwamen, ontmoete ik 5 kameraden van Stavenisse, die ik sinds augustus niet meer gezien had. Wat een blijdschap als oudgedienden elkaar ontmoet.
Om 12 uur middag kwam ik bij Moeder thuis en mocht ik den verderen dag in de huislijke kring doorbrengen.
23 april 1915
De verlofdagen zitten er weer op, zo zeggen de soldaten die terugkeren naar hun afdeling, waar ze gestationeerd zijn. Ook voor mij is het zo. Na allen een tot weerzien te hebben gegroet, stapte ik van avond om half negen uur het ouderlijke huis uit, waar ik weer aangename uren heb doorgebracht. Mijn oudste zusters Maria en Helena Hendrika vergezelden mij naar den tram. In den tram ontmoete ik Timmermans uit Zierikzee en voort ging het naar Steenbergen, waar we ’s avonds 11 uur aan kwamen.
In station dronken we eerst een kopje koffie. Daarna marcheerden we af naar het fort “de Hel” via Dinteloord het was precies 11 uur toen we buiten de stad waren en voortging het door de maneschijn over de rechte grindweg naar Dintel en verder tot we na elf kwartier gelopen te hebben bij den schildwacht van de brug van het fort, die ons toeriep “Halt, Wie daar?”zodra we ons kenbaar maakten, mochten we passeren en lagen dan ook vlug onder de wol.
24-25 april 1915
Het ging van ’s morgens alweer zij gewonen gang. Bij elk signaal wisten we wat we te doen hadden. Van morgen af heb ik aan de draadversperring gewerkt. ’s Middags half twee uur kwam ik op wacht. Het was koud weer op post. Van nacht moesten we om 2 uur achtereen in ons schilderhuisje staan, omreden het zo vreselijk hard regende. De wacht is bijna afgelopen, hoewel de uren van op post staan voorbij zijn. Den avond bracht ik door bij mijn vrienden in het militair tehuis.
26 april 1915
Van morgen hadden we al vroeg reveille. Bij het aantreden werd ons bekend gemaakt dat we vereerd werden door een bezoek van Hare Majesteit. Onze geëerbiedigde Koningin Wilhelmina. Bij den op post staande schildwacht van Hair van Terneuzen van de lichting 1909, die op twee pas rechts van zijn schilderhuisje met gepresenteerd geweer, eerbewijs deed. Wij allen waren jaloers dat wij daar niet stonden en ik het meest van allen.
De fort commandant begeleidde Haar in het fort. Ze moest overal kijken en toen zij alles gezien had, ging ze voldaan weg. Ook wij waren voldaan over haar bezoek. Toen ze al knikkende weg reed. Bestormden wij op commando een der wallen en begroeten Haar met een driewerf Hoera. We hadden gewoon ons werkpakje met klompen aan.
Na de plechtigheid gingen we gewoon met ons werk door.
30 april t/m 1 mei 1915
Dit is weer een dag, die ik niet onbeschreven mag laten voorbijgaan.
Wij denken vandaag aan de verjaardag van H.K.H. Prinses Juliana die vandaag 6 jaar oud wordt. De jaardag van ons Prinsesje wordt niet gevierd als gewoon. Toch genieten die niet op wacht komen, een halve vrijen dag. Van voor middag hebben we aan de loopgraaf gewerkt en zijn na 12 uur vrij. De loopgraaf moest ik op eigen houtje uitvoeren en had daar veel hulp van Klaas van Mook uit Oosterhout en Ludue uit Middelburg.
Van middag mocht ik hem aan den Fort Commandant geheel afgewerkt afleveren.
Om half twee kom ik op wacht voor 24 uur. Op wacht dan van 30 april tot 1 mei.
Den nacht op wacht ging als gewoonlijk kalm voorbij, het was prachtig weer.
Bij het morgenkrieken konden we zeggen. Mei, de maand mei, doet zijn tijd eer aan. Het is nu de 10e maand van Mobilisatie.
Welk een voorrecht dat we nog steeds gemobiliseerd zijn.
We hadden ook gesneuveld kunnen zijn, als zo velen onzer naburen, of in kommer en ellende leven. En nu volgt nog vrede en kalmte rondom ons. Welk een tegenstelling, als we dan horen het kanongebulder uit de verte, dat nimmer schijnt op te houden, daarom kunnen we nooit onzen dank genoeg brengen aan onzen Hemelse Vader, die ons Zijn zegeningen niet onthoudt.
Om half twee werden we afgelost. ’s Avonds bracht ik mijn tijd door in de Willemstad, te midden mijner kameraden in het Militair Tehuis.
4-5 mei 1915
Terwijl ik op post kwamen een fotograaf op het fort om de nieuwe loopgraaf op een plaatje te zetten.
Onmiddellijk werd ik voor een tijd afgelost en in vereniging van den fort commandant
J. Harte en Sergeant Majoor Instructeur Van Dijk en Ludue militair soldaat werden we met de nieuwe loopgraaf op een plaatje gezet. Het is nu 9 uur op den avond en ben bezig mijn pantalon te herstellen, ook heb ik nog een paar sokken te stoppen. De wacht is ten einde en wordt onder het vallen van een zwaar onweder en stromen regens afgelost.
6 mei 1915
Het is van morgen al vroeg op staan, nog maar pas half twee uur.
Wij, Timmermans en mijn persoon gaan met verlof.
Na eerst ons zelven gewassen en inwendig versterkt te hebben, marcheerden wij om 2 uur
15 minuten van het Fort af naar Steenbergen om den tram te halen, die om 5.30 uur naar
Zeeland vertrekt. Om 4 uur 50 minuten waren we reeds te Steenbergen, en na 40 minuten
gewacht te hebben, konden we instappen en naar Nieuwerkerk reizen, waar ik reeds half acht
uur in den morgen aankwam en mijn Moeder, broers en zusters weer in goeden welstand
mocht wederzien. Om half twaalf was ik weer al in Zierikzee, van waar ik per spoorboot
vertrok naar Catse Veer en verder naar Goes, waar ik mijn geliefde Anna na enkele weken
mocht wederzien en in haar nabijheid den verdere dag doorbracht.
Het was prachtig weer, maar waar ik anders niets gedaan had dan gereisd en den vorige dag
op wacht was geweest, duurde het niet lang ’s avonds of ik lag in mijn kwartier bij Moeder
Wanne de Schipper op Kloetinge onder de wol.
7 mei 1915
Om half zeven uur stapte ik op mijn ijzeren paard en reed naar Middelburg, waar mijn Vader
en broer Johan aan het werk waren. Om half acht uur was ik al bij hen, ook bezocht ik de
huisvader en moeder Lucas te Middelburg. Dat was een gezellig wederzien. Om half twee uur
reed ik weer terug naar Goes, waar ik de rest van de dag op een geen onbekende plaats
doorbracht en wier nabijheid ik nog dikwerf ( vaak ) hoop te vertoeven.
8 mei 1915
Van morgen moest ik Kloetinge en Goes weer al vroeg verlaten, want mijn verlofdagen zijn
bijna om. Ik nam toen van alle bekende afscheid en zette mijn reis voort naar huis, waar ik
half twaalf uur aankwam. ’s Avonds 5 uur vertrok ik weer van mijn Moeder en boers en
zusjes over Zijpe per boot naar Numansdorp – Willemstad.
Om half negen stappen we in de kantine op het fort en werden door alle aanwezigen begroet
met “Hoerae, hoerae”dat enige minuten door alle aanwezigen. Bleef duren.
Dit alles voor Timmermans, bijgenaamd “Koen “ op het fort “de Hel”, die eens had verteld in
zuiver Zierikzeesch dialect.
Wanneer er een schip ’t oot komt roepe ze oelemaele “Oerae.
Dit vond bij menigeen ingang. Nu gaf Koen er helemaal niet om wat ze tegen hem zeiden en
toen ze bij ons terug keren, zo hard riepen was Koen zelf den ergsten.
Ik lag al spoedig onder de wol, want de schilderwacht aan de Brug, vertelde mij. Dat ik
morgen op wacht moest.
9-10 mei 1915
Om half twee uur werden we hedenmiddag van wacht afgelost. Het was prachtig weer en
aangenaam om op post te staan.
11 mei 1915
Ik heb vandaag kamerwacht; in den goeden zin des woord “kelderwacht”
Het is nog vroeg in den voormiddag en mijn werk is reeds gedaan.
Ook heb ik de Soldatencourant al gelezen en vernomen dat de Russen met grote snelheid
terug trekken. De Oostenrijkers en Duitsers behalen daar grote successen.
Vele Russische soldaten worden krijgsgevangen gemaakt.
Op het Westelijk front gaan de Duitsers zachtjes aan vooruit. Laatstleden 7 mei is een Engels
S.S. ( stoomschip ) met 1978 passagiers aan boord door een Duitse duikboot, zonder
voorafgaande waarschuwing getorpedeerd. Weinig mensen werden gered. Onder de
passagiers van verschillende nationaliteiten, waren ook Hollanders.
Ook Italië wil oorlog tegen Oostenrijk.
De mensenslachting neemt steeds een groter omvang in Europa. En voor ons land blijft er nog
steeds voor bewaard. Dank aan God, die ons Land en Volk tot hiertoe heeft bewaard voor de
verschrikkingen van den Oorlog.
Toch merkt men weinig tevredenheid onder medemensen, maar bemerken meer opstand tegen
den God onzer Vaderen. Dat aller ogen mogen open gaan voor Hem alleen, opdat wij waren
krijgsknechten mogen worden voor Jezus Christus en Oranje.
Heb God voor Koningin en Vaderland is voortdurend mijn wachtwoord.
15 mei 1915
De laatste dagen doet het voortdurend regenen. Op 13 mei jongs leden was het
Hemelvaartdag. Voor middag ging ik naar Willemstad ter kerk, na middag was ik vrij van
dienst, maar kon het fort niet verlaten van de stromende regen.
Heden 15 mei is de oudste Landweerlichting ( Militie 1899 ) afgepresenteerd.
De laatste dagen had ik het ziekencahier om voor den dokter te gaan naar Willemstad.
Ik vroeg aan Timmermans of hij mee wilde naar Willemstad en moest hem dan ook maar
even opgeven aan den Sergeant van de week. Ik zeg tegen hem; wat moet je mankeren en riep
terug ook maar kiespijn. Maar een ogenblik later stapten we met een ziekendrager naar
Willemstad. Ik was voor Timmermans om een kies te laten trekken en toen was hij aan de
beurt. Dokter vroeg wat voor tand hij er uit halen moest, waarop Timmermans zei, je haalt er
maar een uit, ze zijn toch allemaal slecht. Het is te begrijpen dat Dokter vreemd opkeek en het
overige personeel en ik het meest nog van allemaal grinnikten van plezier, temeer nog waar
Koen met zijn lief gezichtje, zulke pijnlijke trekken vertoonde, zijn handen krampachtig aan
de sporten van zijn stoel vastklemde en een ziekendrager zijn hoofdje in een houding bracht
die verre van aangenaam zijn. Alle voorzorgsmaatregelen waren genomen en toen kwam den
dokter met zijn tang ( die het in de gaten scheen te hebben ) en hem wel een beetje meer pijn
veroorzaakte dan nodig was. Na afloop zie Timmermans ik ga nooit meer met je naar den
Paardendokter.
Van middag hadden we dienst aan de ijzeren prikkeldraadversperring op het fort.
17 mei 1915
Gisteren middag om half twee ben weer voor 24 uur op wacht gekomen, dus van 16-17 mei. We hebben voortdurend den gehelen nacht regen gehad en moesten terwijl we op post stonden, voordurend in ons schilderhuisje staan. In zulk weer wordt veel kou geleden en verlangen dan te meer om aflossing van de wacht.
20 mei 1915
De laatste dagen hebben we druk aan de prikkeldraadversperring gewerkt en aan onze handen is het goed te zien, iedereen loopt met verwonde vingers over het fort.
Gistermiddag hadden we een alarmoefening met theorie er bij, tevens in praktijk ( schijn beweging ) uitgevoerd. Zodra de Generale Mars geblazen werd, kwam alles in stelling, de gehelen dag was er mede gemoeid.
Van middag kwam de fotograaf om de gehele bezetting uit te fotograferen. We zaten met de Fort Commandant in het midden tegen een helling van een verschansing.
Ik zat aan den enen kant naast Luitenant Harte en Willen Rijn, van de lichting 1910 uit Goes aan de anderen kant, en zo werden we op een plaatje gezet. Deze kleine foto diende om een grote te maken en daarna gezamenlijk te sturen aan onzen vorige Commandant Luitenant Inklaar. Na afloop bestelde iedereen een kaart voor eigen rekening. Van middag kreeg ik ook die foto van de loopgraaf van mijn Luitenant.
22 mei 1915
Het is nog een dag voor Pinksteren en enkelen met mij deelden in het voorrecht om die dagen in den kring van geliefde te mogen doorbrengen.
Van morgen vertrok ik via Willemstad met de boot naar Zijpe en verder per tram, om dan 11.30 uur mijn geliefden te ontmoeten en begroeten.
Den verdere middag bezocht ik familie en ’s avonds was ik onder mijn vrienden, genaamd:
Adriaan C. van de Berg, wagenmaker, Cornelis van Westen uit Zierikzee, timmerman en Jacob Heijboer uit Zierikzee, landbouwer. Geen van drieën droeg de militaire broek.
24 mei 1915
Gisteren, Zondag, zaten we met het gehele huisgezin onder het gehoor van Ds. Van de Linde te Nieuwerkerk. En mochten we de blijde boodschap vernemen op deze schonen Pinksterdag.
Dat we blijvende leden blijven van Zijn Gemeenschap.
Heilige Geest werk in ons midden.
- Geef nieuw leven meer en meer
- O, vervul mij met Uw liefde
- Die slechts op U hopen Heer
- O Heilige Geest, o Kom
- Want op U is mijn vertrouwen
- Leer mij steeds op U te bouwen
- Doop mij met Uw Heilig vuur
- Daal neer, o Heer
- Doop ons met uw heilig vuur.
Vandaag gingen we als kameraden een rondje fietsen naar Zierikzee en vernamen we dat heden nacht, dus van 23-24 mei, Italië den oorlog verklaard heeft aan Oostenrijk, Hongarije.
Weer maar opnieuw een mensenslachterij.
God geve dat er een einde aan moge komen.
Den verderen dag genoot ik bij Moeder thuis, in het bijzijn van ouders, broeders en zusters.
25 mei 1915
Van morgen was ik om 4 uur al van onder de wol. Ik zou mijn Vader helpen straten aan den Provincialen weg Zierikzee-Zijpe, in de buurt van Bruinisse.
Ik werkte tot den middag, mijn handen stonden vol blaren en mijn knieën deden mij veel pijn.
ik kon merken dat het geen alledaags arbeid meer was.
Na den middag reed ik nog even naar mijn familie op Bruinisse en ’s avonds 5 uur vertrok ik na afscheid genomen te hebben met nog anderen kameraden naar Willemstad, waar ik 9 uur aan kwam.
26 mei 1915
Het is weer morgen en alles gaat zijn gewonen gang als altijd. Om 8 uur bij het appel werd ik ingedeeld bij de ijzerdraadversperring, waar ik tot middag 12 uur aan werkte.
Op den middag werd de wacht bekend gemaakt en werd mede ingedeeld.
Kwam om half twee uur op wachtparade en betrok de wacht van 26-27 mei 1915.
28 mei 1915
Gisteren middag half twee uur, kwam de wacht, na mooi weer te hebben gehad, af.
En lagen al spoedig op den strozak om een paar uurtjes te maffen.
Vandaag hadden we grote schoonmaak op en in het fort.
Er werd geschrobd, gezwabberd en muren gewit, enzovoort.
Iedere dag hebben we ons bezigheid, maar het is een dood leven en verlangen naar den dag, die een eind maakt aan Oorlog en Mobilisatie.
Dagen van vrede; nog nooit hebben we dat woord vrede zo goed horen klinken als in dezen tijd. En toch bezitten we geen Wereldvrede.
En toch is er vrede, vrede bij onzen Heiland.
Gelukkige mensen, die de vrede in Christus kennen aan hun harten, die hebben geen vrees, maar zijn geborgen voor tijd en eeuwigheid; geen granaat, kogel of bom kan hen scheiden van de liefde Gods. Dat we dan steeds nader komen tot Hem, die ons in Christus verlost van alle zonden.
1 juni 1915
Gisteren middag kwam ik op wacht en heden middag half twee uur, werden we afgelost.
Toen ik van morgen van 3.30 uur op post kwam, hoorde ik van uit Zuid West richting, zwaar kanongedonder van het Westelijk front.
Dagen waren er voorbij gegaan dat we het niet eens hoorden.
De laatste dagen gaan we na den dienst, bij boeren werken, die rondom het fort wonen.
Krijgen dan 15 cent per uur en hebben dan zaterdags dubbel soldij verdiend.
Die niet op wacht komt, gaat naar boer Punt, Danker of bij Maris van Hellewijk of bij Koos van de Hil.
Op het Oostelijk front, waar de Duitsers de grote stad Premysl ( Tsjechië ) moesten verlaten, schijnen ze ( de Duitsers ) nu weer omsingeld te hebben.
En staat de vesting op nieuw aan een kanonnade bloot. Volgens de Soldatencourant zou Oostenrijk en Servie onderhandelingen met elkaar hebben om een afzonderlijke vrede te sluiten.
8 juni 1915
Enige dagen zijn reeds voorbij zonder iets te hebben genoteerd in mijn dagboek.
Door het zware onweder en de vele regens, kunnen we niet op het land arbeiden.
Van 5-7 juni ben ik met verlof geweest naar het ouderlijk huis en ook naar mijn geliefde Anna. Het waren aangename dagen om bij zulk gezelschap, dat zo na aan het harte ligt te mogen doorbrengen. In den avond van 7 juni reisde ik met nog vele kameraden naar Willemstad.
Ook was mijn neef Willem van de Berg met de tram in ons gezelschap, op weg naar Hellevoetsluis. Om half negen uur, kwam ik op het fort”de Hel”aan. Klopte nog even bij den fort commandant aan en vroeg voor den volgende morgen een dag verlof naar Breda, die wij werd toegestaan teneinde inlichtingen te gaan nemen bij den opzichter van de Rijkswaterstaat voor een bestratingswerkje op de havendam van Willemstad, dat aan staande 16 juni wordt aanbesteed. Om 8.30 uur kreeg ik mijn verlofpas voor een dag naar Breda.
Trof mooi weer en genoot van de heerlijke reis.
9-10 juni 1915
Gisteren middag half twee uur kwam de wacht op in tegenstelling met voorgaande malen.
We beschikten nu over een dubbele wacht, waarbij een Luitenant Sergeant, 2 korporaals en 24 soldaten moesten de wacht betrekken in een loopgraaf aan de uiterste linie van onze stelling.
En kwamen dan ook met twee man op post aan de uiterste grens ( dubbel posten genaamd ),
met het oog op de vele spionnen, die rondlopen en die verwacht werden met nog veel verschillende volksstammen, die daar moesten passeren van uit Brabant naar Numansdorp, waar Paardenmarkt werd gehouden.
Het spijt me echter dat ik geen uitvoerige beschrijving meer kan geven, wat dien nacht voorviel ( hoe men op wacht den nacht doorbrengt ).
Dit alleen is nog bij gebleven, dat toen allen diep in slaap lagen ( dat wil zeggen, die uitrusten mochten ) en ik bezig was, enige aantekeningen te houden, bij het licht van een kaarsje.
Soldaat Izaak de Lange van de lichting 1913 uit Middelburg overeind sprong, de loopgraaf uit liep en zich 30 meter onderlangs den dijk neerwierp; en doorsliep.
Ik was hem direct achtervolgt en had moeite hem wakker te maken, keek vreemd op en kon niet begrijpen hoe daar gekomen te zijn.
Het was een vreemd geval. Overigens verliep de nacht en dag rustig.
14 juni 1915
Van middag van wacht gekomen, het was schraal weer in den nacht van 13-14 juni.
15 juni 1915
Van morgen ben ik aangesteld als schrijver op het bureau.
Na herhaalde aanvragen van den fort Commandant en foerier, heb ik eindelijk toegestemd.
Ik was niet erg gestemd op het uiterlijk van Kees de foerier of liever gezegd foerier Geelhoedt, die voor mij toch zoals later bleek goed was. Bij de manschappen stond hij overwegend niet goed aangeschreven.
16 juni 1915
Reeds vroeg was ik op stap met 3 dagen verlof naar Nieuwerkerk.
11 uur 30 voor middag kwam ik thuis aan en ging ’s middags straten.
De andere verlofdagen heb ik gestraat op de hoeve van Boer van Langeraard te Viane, Gemeente Ouwerkerk op Schouwen- Duiveland. En ben van avond 9 uur op 18 juni op het fort aangekomen, hoop spoedig op den strozak te liggen, want morgen moet ik op wacht.
19-20 juni 1915
Het is zondagmiddag en zijn om 12 uur van wacht gekomen. Het was prachtig weer.
Gisterochtend had ik het druk met vervoersbewijzen schrijven, omreden vele kameraden met verlof gingen.
Luitenant zegt tegen mij, je mag geen passen uit delen, dan na een uur. Want je weet dat bij de Stelling Commandant niet best in de pas staan.
En als Kapitein Seijn adjudant van de genie, Majoor onze mannen ziet, krijg ik zelf een bon.
Meteen zegt de Luitenant, geef die verlofpassen maar aan mij, dan weet ik zeker dat niemand voor tijd weg gaat.
Hij nam ze mee naar zijn kwartier, buiten het fort bij Jaap den Fortwachter.
De jongens stonden naar mij te zien en vertelde, het gesprek zo juist gehad met de Luitenant.
Maar zeg ik, ik zal ze trachten te bemachtigen, ging 11 uur voor middag naar zijn kwartier, begon met hem een praatje over het weer en wist na lang praten op zijn plaats te zijn gekomen. Kreeg tussen de bedrijven door gelegenheid de tafellade te openen, de passen te bemachtigen, weg te steken achter mijn rug en uit zijn omgeving weg te komen,
deelde vlug de passen uit en zou het in dien nodig wel voor eigen verantwoording op mij nemen.
Voor twaalf uur waren ze allemaal vertrokken.
Om half een kwam de Luitenant op het fort en gaf mij opdracht, soldaat Rijn te zoeken.
Rijn was met verlof en zei de het hem meteen dat hij weg was, want dat ik de passen had uitgedeeld.
Maar dat kan niet, zei de hij en vertelde op welke manier ik ze had weten te bemachtigen en uitgedeeld aan mijn kameraden.
Jongen, jongen, Wandeltje, je weet hoe we staan bij den Stelling Commandant en meer bezwaren. Je had zulks niet moeten doen, enzovoort.
Ik zeg Luitenant, ik kon dat niet laten. U heb ook een meisje en ik ook en wanneer ik daar een eer vroeger bij kan zijn, zal ik het niet laten en ik mag veronderstellen dat U ze ook graag ziet.
Hij begon daarop te lachen en zei; Wandeltje, Wandeltje.
22 juni 1915
Om 9 uur moesten we aantreden en gingen onder commando van Luitenant Harts naar het Hollands Diep zwemmen; dat behoort ook bij den dienst.
Bij terugkeren moest ik vervoersbewijzen schrijven en na den middag administratiewerk bij den foerier.
Dezer dagen kwam er een order van de Stelling Commandant, dat een zeker aantal soldaten beschikbaar moet worden gesteld, voor het maken van een vier kilometer lengte loopgraaf in de stelling van Willemstad.
Ook na den dienst gaan we zwemmen.
Van avond waren we, J. Donze van de lichting 1912 uit Terneuzen en mijn persoon uit gegaan.
Toen ik een eindweegs was weg gezwommen. Sprong Jaap in het water en toen ik hem voor de 3e maal onder zag gaan, riep ik een ander soldaat toe ( van uit Willemstad , die ook kwamen zwemmen,) pak hem beet. Tegelijkertijd pakte hij Jaap Donze bij zijn zwarte krullenbol en trok hem boven water. Dat we weer vlug aangekleed stonden laat zich begrijpen en vertelde hem meteen nooit meer met hem te gaan zwemmen.
23 juni 1915
We hebben grote oefening gehad door de gehele stelling.
Van uit zuidwesten richting rukten O Regimenten Infanterie tegen ons op. Alles lag in Stelling. Om 11 uur voor middag begonnen de kanonnen te schieten en om 12 uur namen we de vijand onder vuur met mitrailleurs en geweervuur. Vele soldaten vielen neer, nog voor ze aan de draadversperringen waren. Ziekendragers hadden handen vol werk de gewonden op berries naar de Rode Kruis ambulance te vervoeren.
Om 3 uur moest de vijand na een hardnekkige tegenstand rittereeren ( bedrijvig zijn zonder veel te presteren) en wij behielden de stelling met verlies van enkele manschappen, die buiten gevecht werden gesteld.
27 juni 1915
Zo juist terug gekeerd van uit Willemstad waar ik den middag ter kerk geweest ben.
Ds. sprak over Vrede met God.
Ook ernstige vermaningen werden ons toegesproken.
Spreker bracht naar voren dat er zoveel gevloekt wordt onder de soldaten en dat degenen die den Heiland kennen en liefhebben hun kameraden daar voor moeten waarschuwen, zulks niet te doen.
Van 25-26 juni ben ik op wacht geweest en hadden nu 8 uur te schilderen.
We hebben nu 3 enkel posten en een dubbelpost. Op den middag van 25 juni hadden we bij de wachtparade zwaar onweder met stortregen.
Overigens hadden we een kalme wacht en goed weer, dat stemt een schildwacht aangenaam.
30 juni 1915
Bij den familie Schipper op Kloetinge zal ik nog even de pen ter hand nemen en enige regels schrijven. Met liefde wordt ik hier ( terwijl ik mijn verlofdagen bij mijn meisje kom doorbrengen ) in het gezellige huisgezin opgenomen. Wanneer de baas na het avondeten God dankt voor de liefdegewen. Genoten op den dag die bijna weer verstreken is, dan dankt hij ook weer tot hem mocht komen en dat onze Hemelse Vader mij voor zoveel ellende heeft bewaard en draag mij weer op van den troon der Genade, om waardig gebonden te worden Hem te belijden in het midden.. mijner kameraden. Wat heeft mij zulk een bidden veel kracht gegeven om staande te blijven in Christus Jezus.
En wat een liefde ik altijd mag ondervinden van zijn teerbeminde vrouw, als zij mijn moeder ware en Rika niet te vergeten, de tweede dochter, een meisje van dertien jaar. Het is of ik haar broer ben en moet haar altijd vertellen van uit mijn dienst.
Nog even deel ik mede dat ik om half negen per boot van Willemstad naar Zijpe voer en reeds om half twaalf bij mijn moeder aan tafel zat.
Mijn verlof was nu niet enkel voor thuis, want om 3 uur stond ik al weer op de spoorboot te Zierikzee en na een uur gevaren te hebben, stond ik op de Catse veer. Ik zat nog maar nauwelijks 5 minuten op de fiets en zag uit de verte mijn Anna aan komen. Hoe de ontmoeting was laat ik een ander bedenken. Mijn dag en tijd was voor haar bestemd en genoten dan weer na een lange afwezigheid van elkanders bijzijn.
1 juli 1915
Aan een wacht van 24 uur komt een eind. Maar ook om bij mijn meisje te blijven.
Toen ik om 7 uur er voor klaar was, reed ik per fiets naar mijn broer Johannes, die op den Rijksweg tussen Goes – ’s Heerarendkerke aan straten was. Brachten hem ook bij het wederzien de hartelijke groeten van huis. Om 11 uur voor middag zat ik weer aan de koffie bij Mejuffrouw Marteijn, die zich mede verblijdt met Anna, wanneer ik tegenwoordig ben.
De ontvangst is dan ook altijd even hartelijk en loopt altijd in mijn voordeel uit.
Reeds nu weet ik dat we 3 uur fietsen kunnen gaan.
Van 2.30 uur tot 7 uur mochten we in elkanders bijzijn die middag door brengen met fietsen, totdat het tijd werd, aan boord te stappen en was het laatste nu tot weerziens lieve An.
Den zelfden avond kwam ik 8.30 uur thuis.
2 juli 1915
Vroeg stond ik op Viane.
Van morgen heb daar eerst mijn Vader helpen straten tot van middag half een uur.
Kwam een uur thuis om te eten en bleef tot 5 uur in den huiselijke kring om daarna, na allen afscheid genomen te hebben ( met zuster Helena, die mij naar den tram bracht op de Ring van Nieuwerkerk ) mijn reis voort te zetten naar het fort “de Hel”.
Ook stapte met mij den tram in, Pieter Cats van mijn lichting en samen gingen we met nieuwe moed ons dienst waarnemen.
3-4 juli 1915
Op 3 juli stond de wachtparade aangetreden en moesten we met 3 man eerst op post.
De Korporaal van aflossing commandeerde “Geeft Acht, Presenteer geweer, magazijn vullen, haanpal om. In plaats dat mijn nevenman den haanpal omlegd, trekt hij aan den trekker en gaat er een schot af. Gelukkig liep alles goed af. Dit was nu de 2e maal dat zulks naast mij gebeurde. Eerst had W. Rijn het ongeluk en nu militair soldaat Burchart de Vos van de lichting 1913 uit Vlissingen, die altijd stond te schreien, wanneer hij op enkel post moest staan, en anders den gehelen dag alles vervloeken, dat gaat bijna altijd door, als je met zulke klanten te doen hebt. Zulke jongens vertrouw ik niet, dat zijn mannen die, wanneer het er op aankomt, hun eigen kameraden zouden overgeven aan den vijand. Die men ook zouden kunnen noemen, landverraders op zijn zachtst uitgedrukt. Gelukkig hadden we er zo maar een op het fort, de anderen waren, van zesje klaar.
Om twaalf uur kwamen we van wacht en hadden maar 7½ uur op post gestaan. Het is nu zondagmiddag, het was prachtig weer op wacht en hoop den verdere dag in Willemstad door te brengen, bij mijn kameraden in Tehuis.
7-8 juli 1915
De wacht is weer ten einde. We troffen slecht weer, want het stormde ontzettend.
Om half twaalf uur kwam ik op post bij een onderaardse schuilplaats, waar oorlogsmaterieel in opgeborgen lag. En waar we als consignes hadden, dat niets daaruit weg gehaald mocht worden.
Het stormde ontzettend en het was aardedonker, ik liep boven op den Stadsendijk, diep in mijn overjas met kraag recht op, het geweer aan den schouder, nu en dan een blik werpend naar de hoge bomen, in de hoop dat ze maar staan bleven.
Terwijl ik zo heen en weer liep, zag ik van af Willemstad door de dreef een lichtje naderen.
Dat steeds nader kwam en op 100 meter van mij af passeerde naar mijn kameraad, die op post stond op den Sabinadijk en die ik door al dat weer op ongeveer 300 meter. “Halt” hoorde roepen.
Ik dacht zou dat nu dien Luitenant van Piket zijn ( Bormaar genaamd ) van uit Willemstad.
Die nooit aan onze wacht gecommandeerd was en van wier menige schildwacht een rapport kreeg, dat soms op straf uit liep.
Ik had hoop en had het reeds zo dikwijls gewenst hem op post te ontmoeten.
Mijn verlangen werd vervuld, want voor mij zag ik hem aankomen.
Ging daarop recht op hem af en draaide mij, toen ik hem had genaderd, rechtsomkeert ( zonder hem aan te roepen ).
Ik mocht iemand aanroepen, maar het was niet nodig, ik had maar te zorgen dat ze niets ontvreemden.
Meteen hoorde ik, Schildwacht,.. Schildwacht.
Ik zeg, wat wil je van mij.
Hij sprong van zijn fiets en vraagt mij; Weet je wel, wier ik ben?
Ik zeg ja; Ik geloof dat U, Luitenant is.
Hij meteen zijn revolver met tas naar voren schuivende. Kijk nu eens goed.
Ik zeg; Het schijnt dat U Luitenant van Piket ben.
En vroeg daarop naar mijn consignes.
Waarop ik antwoordde hem, die niet te zeggen.
Reden bovendien dat hij niet aan onze wacht gecommandeerd was.
En al was ik gecommandeerd aan jullie wacht?
Dan zei ik het U nog niet.
Ik gelast je mij de consignes te zeggen
Nooit van een Luitenant, of mijn wachtcommandant of Korporaal van aflossing moet mij zulks gelasten.
Hij vroeg, wie ik was en waar ik bij behoorde.
Zegde hem mijn naam als volgt:
Wandel M. militair soldaat bij 14e Regiment, II Bataljon, 2e Compagnie.
Dat kan niet zei hij, ik zeg ja Luitenant.
Ik ben gedetacheerd bij 3-II-14 op fort “de Hel”
Dus zei hij weer; je komt van de grens; heb je wel eens geschoten?
Ik zeg; Luitenant, daar ben ik niet bang voor, als het nodig mocht zijn.
Dus schildwacht, je zegt je consignes niet.
Daar behoef je mij niet meer naar te vragen.
Waarop hij zei, ik zal je Fort Commandant er over spreken.
Bleef nog een ogenblik bij mij staan en zei mij eer hij vertrok 3 maal goeden avond, Schildwacht.
Om half twee uur kwam de aflossing en vertelde wat was voorgevallen op post.
Toen ik in de wacht kwam, vertelde ik het aan den Wachtcommandant, die het geval rapporteerde aan den Fortcommandant.
Toen de wacht in het geweer kwam en geïnspecteerd werd. Moest ik daarop bij mijn Commandant komen en verzocht mij, het gehele geval te vertellen.
Ik vroeg eerst, Luitenant. Is een schildwacht verplicht zijn consignes te zeggen aan een Luitenant van Piket, ja of neen?
Hij zei, feitelijk, feitelijk;
Ik zeg, Luitenant zeg maar neen, want het hoeft niet. Bovendien moet hij nog een oranje sjerp aan hebben, als het volgens den dienst behoort uitgevoerd te worden.
Toen zei hij neen, het geen wat je gedaan hebt is goed volgens de Garnizoensdienst.
Ik begon daarop mijn vertelling, zoals reeds omschreven en vertelde hem dat hij vandaag op het fort kwam voor nader onderzoek. Want ons Luitenant van Piket voelde zich beledigd.
De Fort Commandant zei; je heb je kranig gehouden en flink je dienst gedaan.
En kon daarop naar de wacht terug keren.
De jongens zaten meer met het geval in dan ik zelf en waren bang voor mij dat ik daar niet heelhuids van af zou komen.
Ik zeg, laat dat maar aan mij over.
Ik meende toch mijn dienst te kennen en als het erop aan komt, ga ik al was het mijn recht zoeken bij Hare Majesteit, onze geliefde Koningin.
Den uitslag als volgt;
De zogenaamde Luitenant van Piket, kwam op het Fort.
En werd door mijn Commandant uitgelachen.
Was daarover zo uit zijn humeur, waarop hij zich beklaagde en rapport uit bracht bij den Generaal Majoor Stelling Commandant van het Hollands Diep en Volkerak.
Dat liep voor hem nog minder goed af en kreeg een geducht standje, omdat hij niet goed had gehandeld tegenover den op post staande schildwacht.
Den avond van 6 juli, heb ik een scheepje grind helpen lossen ( waar een paar cent mee te verdienen viel ) voor een aannemer uit Willemstad.
17 juli 1915
Enige dagen zijn voorbij gegaan.
Op 13 juli ging ik met 5 dagen verlof, waaronder 2 extra dagen, die ik van mijn Commandant cadeau kreeg. Om 12 uur middag kwam ik thuis en vernam van Moeder dat mijn Vader en oudste broeder aan straten waren op den Provinciale weg Zierikzee- Zijpe.
Ik ging direct mijzelf verkleden en na het middageten gebruikt te hebben, reed ik naar het werk. Loste mijn Vader af en zei, ga er nu maar eens 4 dagen uit, dan zal ik weer eens met Johannes na lange afwezigheid samen werken.
Die dagen gingen dan ook vlug om. Overdag op het werk en ’s avonds in de huiselijke kring.
Maar ook zij gingen als de anderen voorbij, in dien tijd ontmoette ik veel oude wapenbroeders, waarmede ik aan de grens had gestaan, ook met enkele dagen verlof thuis.
Op den laatste dag van mijn verlof, nam ik weer van allen afscheid en maakte mijn reis via Zijpe – Numans dorp-haven – Willemstad en kwam om 9 uur ’s avonds in het fort aan.
Mijn kameraden blij mij weer te zien.
20 juli 1915
Op 18 juli was het Zondag en daar ik de gehele dag vrij was, ging ik naar Willemstad ter Kerk, waar ik weer onder de klanken aan zat van het heerlijke Evangelie van Jezus Christus.
Van middag ben ik van wacht gekomen, dus van 19-20 juli. De wacht is kalm voorbij gegaan.
Het kanongebulder konden we goed waarnemen.
Op het Oostelijk front worden de Russen met grote verliezen terug geslagen.
Op het Westelijk front kleine aanvallen, even zo op de andere fronten.
In Holland gaat alles zijn gewone gang. Grote oefeningen worden gehouden, maar overigens is alles rustig.
Bij een ieder is een groot verlangen naar vrede.
Niet alleen bij ons is zulks het geval. Mijn slaapje Willem Visser van de Lichting 1907 uit Retranchement, spreekt nogal eens Duitse Wachten en ook zij zullen blijde zijn, wanneer het vredes uur is aangebroken, want zij allen verlangen naar hun haardsteden, waar geliefde betrekkingen op hen zitten te wachten.
Op het fort gaat alles rustig.
De manschappen, die overcompleet zijn gaan aan de loopgraaf werken, die den naam gekregen heeft van den IJzer en waar ze enkele nieuwe batterijen plaatsen aan de Zeedijk, tussen de beide forten Sabrina-Hendrika en de “Hel” wordt genoemd de Dardanellen.
Ik zelf ben buiten de wacht, schrijver op het bureau.
23-24 juli 1915
We hadden een aangename wacht met wachtcommandant; bovendien prachtig weer voor den schildwacht. In het wachtlokaal vermaakten wij ons met dominospel, dammen, weer anderen zaten te kaarten, te lezen of te schrijven.
De Russen worden steeds achteruit geslagen en op dezen voortgang zal het niet lang duren of Warschau zal moeten vallen in de handen der Centralen.
31 juli 1915
In den morgen van 28 juli ging ik met 3 dagen verlof naar Goes.
Reisde van Willemstad via Oud Gastel, Steenbergen, Nieuwerkerk.
Om 11.30 uur kwam ik bij Moeder thuis en ’s middags vergezelde mijn zus Helena mij, naar de boot, bestemd voor Katseveer.
Stapte om 4 uur na middag in huis bij de ouders van mijn meisje en bracht 2 dagen bij haar door. Om 9 uur ’s morgens op 30 juli nam ik weer afscheid van haar en kwam om elf uur weer bij mijn Moeder thuis op Nieuwerkerk.
Die zelfde middag ging ik mijn Vader helpen straten en maakte het onderhoudsbestek op die middag af. Om 5 uur vertrok ik weer van allen afscheid genomen te hebben naar het fort terug en kwam half twaalf uur in het fort aan en ging tegelijkertijd onder de wol.
Om 7 uur voor middag ging ik met mijn gewone werkzaamheden weer aanvangen.
Het is nu 4 uur op den middag en mijn gedachten gang verplaatst zich naar den dag van het vorig jaar. Veel is daarop gebeurd, duizenden jonge levens zijn weg gemaaid op de slagvelden van Europa en daar buiten en wij zijn nog die we zijn.
Onze dank stijgt op tot den God onze Vaderen en onze ogen blijven op Hem gevestigd.
Hij bestuurd ons lot. En Hij alleen weet wat wij behoeven.
Op 23 juli heeft Nederland het wetsontwerp aangenomen tot oproeping van de jongste lichtingen van den Landstorm, zodat verwacht mag worden, spoedig een aanvang zal worden gemaakt met de africhting der jongste manschappen.
1-2 augustus 1915
Om half twee kwam ik van wacht en genoten bijzonder mooi weer.
Den verdere dag ben ik vrij als altijd.
Ook de vorige manschappen zijn vrij van dienst, van na een uur na middag met de verjaring van de Koningin Moeder.
God schenk haar nog een gezegende ouderdom.
Op het Oostelijk Front gaat de gedachte van de Rus zelf dat de val van Warchau aanstaande is.
6-7 augustus 1915
Gisteren middag kwam ik voor 24 uur op wacht. We hadden prachtig weer.
Dezer dagen is ons wachtlokaal vergroot. Het vorige noemden we onderzeeër, omdat het lang en smal was en dit krijgt den naam van Torpedo. Het is vrij wat aangenamer.
Op 6 augustus hebben de Duitsers Warschau ( de hoofdstad van Polen ) ingenomen.
De Russen trokken terug met weinig verliezen.
11 augustus 1915
Heden avond 9 uur ben ik van verlof op het Fort terug gekeerd.
Sinds 9 augustus heb ik mijn verlof in de Ouderlijke woning mogen doorbrengen.
Mijn Vader en broeders waren op Walcheren en Zuid-Beveland aan het straten.
Tijdens mijn verlof bracht ik een bezoek bij familie en vrienden en mocht ook nog uit passagieren met mijn neef Willem van de Berg ( matroos Torpedist ) op een van de C/I gestationeerd te Vlissingen op een Torpedojager, die ook in zijn ouderlijke woning op Bruinisse met verlof was. Ook mijn oud slaapje Goedegebuure van Nieuwerkerk mocht ik ontmoeten en tevens de groeten mede geven naar mijn oudere kameraden van de 2e Compagnie II Bataljon.
12 augustus 1915
Met 40 Infanteristen hebben we een snelheidsmars gemaakt van uit Fort “de Hel”
We stonden vroeg op en waren gereed tot vertrek dat onzer Fort commandant ons toesprak.
Jongens, laat nu eens zien dat de jongens van “den Hel” kunnen lopen, opdat we bij den Stelling Commandant, waar we niet best staan aangeschreven in een goed blaadje komen staan.
We kregen daarop allemaal een stukje Kwatta en beloofden hem om uiterste te beproeven.
Om 7 uur ging er een ploeg weg van het 6e Regiment Infanterie
Om 7.30 uur vertrok er een afdeling van de vesting Willemstad en van Fort Bovensluis, terwijl wij ”de Hel” met “Sabina- Henrica” vertrokken om 9.30 uur.
We hadden een afstand af te leggen van 24 kilometer met aan het eind 200 meter looppas.
We marcheerden over Heiningen, Nieuwe Molen, Fijnaard, de Klundert, Nieuwe Schans, Het Fort, Boven Sluis en zo naar Willemstad, door de Landpoort naar de haven, waar we aankwamen en na 200 meter looppas op twee gelederen, Halt en front maakten voor den Stelling commandant, ( De eregroet door de individuele gewapende militair )
zodra hij wist dat Fort de Hel er bij was, marcheerde er wat aan die soldaat kepie of pantalon of stond die niet recht genoeg en dan gaat je als een kip die pip heeft.
Dan denk je bij je zelf, wat zijn we dwaas geweest, zo hard te lopen, maar we hielden veel van onzen Commandant Luitenant J.J. Harts en we hadden het ook gewonnen.
Fort den Hel in 4 uur 32 minuten zonder uitvallers, maar we hadden het taai, ik zelf ook, en hielpen elkander dragen en slepen.
Het 1e uur liepen we 9 kilometer, maar hoe verder we kwamen hoe langzamer we tippelden.
Willemstad had 4.35 uur gelopen en had op Klundert nog 800 meter afgesneden.
6e Regiment in 4.40 uur afgelegd. Sabina- Hendrica had uitvallers.
Te Willemstad kregen we een uur rust en daar we zo’n grote dorst hadden, bestelden we een kruik bier, die er evenwel zo koud inviel dat ik hem liever nooit gezien had. Dat had mijn hachje kunnen kosten, want ik lag te kruipen op de grond, maar kwam toch later bij.
En na een uur rust marcheerden we met ons clubje naar fort “de Hel “, waar de Fortcommandant en andere manschappen ons stonden op te wachten.
Aan het zingende kwamen wij aan en toen we de mededeling deden dat we 1e prijs hadden.
Sprak de Luitenant ons aan en bedankte ons allemaal voor den moed die we hadden betoond.
We kregen van uit zijn portemonnee een flesje limonade en 3 sigaren en de fonograaf die we met de bezetting hadden aangekocht, gaf een extra nummer ten beste van,
“Waarom ligt de zee aan Scheveningen? Waarom niet bij Amsterdam? Op Rembrandtplein de pier, daar had je veel plezier enz. enz. enz.
Met een 3 maal hoera, rukten we in.
13 augustus 1915
Bij het opstaan van ons wolletje, voelden we ons allemaal stijf.
Maar op het gewone uur ging ieder zijn dienst waarnemen.
Ik had het druk met vervoerbewijzen schrijven omdat ik zelf een uur na middag met verlof mocht gaan. Nog maar pas ben ik van verlof teruggekeerd en nu weer met verlof?
Dat komt, omdat we nu met 3 dagen verlof gaan om de 14 dagen en bof er nu bij met het ingaan van de nieuwe verlofregeling. Mijn reis maakte ik over Oud Gastel, Steenbergen en zo naar huis, waar ze vreemd op keken mij weer te zien, maar toch zal ik van nacht in het ouderlijk huis slapen.
16 augustus 1915
Mijn verlofdagen zijn weer ten einde. Het waren gezellige dagen thuis. Alle familieleden waren tegenwoordig en gezamenlijk mochten we mede op gaan naar den Tempel en aanzitten onder het gehoor van onzer dorps predikant P van de Linde, die de blijde boodschap weer verkondigde van het heerlijke rijke Evangelie.
Het was lang geleden dat ik op Zondag thuis mocht zijn, maar nu mocht ik delen en die grote vreugde om in elkanders nabijheid te verkeren van ouders, broeders en zusters op zondagavond.
Om 5 uur van avond naar ik van allen afscheid en kwam via Steenbergen, Oud Gastel om half twaalf in het fort aan en onmiddellijk na het lezen van een paar brieven die mijn slaapje voor mij in bewaring genomen had, ging ik spoedig naar mijn krib boven mijn slaapje om heerlijk te maffen.
17-18 augustus 1915
Gistermiddag kwam ik om 12 uur op wacht, in tegenstelling met voorgaande malen, hebben nu 3 enkel posten te betrekken en moeten nu 8 uur op post staan.
Met 9 soldaten kwamen we op wacht. We hadden een gezellige wacht van 10-12 uur. Gisteravond had ik het druk met aanroepen. “Halt, wie daar?” en dan hoorde men “Militair”, waarop dan mij werd terug geroepen “Passeert” Van middag gingen we na wacht te zijn afgelost, zwemmen.
23-24 augustus 1915
Het is avond van 24 augustus, zojuist zijn we van uit Willemstad op het Fort aangekomen.
Na den dienst waren we naar stad gegaan om ons haar te laten kappen en daarna naar het Tehuis waar we tot 9 uur bleven praten met enkele vrienden, als “ De Valk” Manneke, Cats en J. Boogerd. Laatst genoemde van de lichting 1914 van Oosterland.
Van middag 12 uur kwamen we van wacht en hadden prachtig weer om op post te staan.
Op den middag van 23 augustus omstreeks 5 uur ontdekte de schildwacht, die aan de brug op post stond een vliegtuig. Men kwam tot de ontdekking dat het een Hollander was, kenbaar aan 4 oranje cirkels.
Dagelijks werken de soldaten aan de loopgraaf ( IJzer ) en aan de Batterijen ( Dardanellen ) genaamd.
31 augustus 1915
We genieten vandaag van een vrije dag, uitgezonderd de wacht.
Onze geëerbiedigde Koningin Wilhelmina wordt vandaag 35 jaar. God schenk haar nog lang leven voor haar Huis en Vaderland?
Sinds 28 augustus geniet ik verlof.
Op den avond van 27 augustus kwam ik thuis en mocht ze voor zover ze aanwezig waren ontmoeten en begroeten.
De volgende dag 28 augustus reed ik naar Middelburg, bezocht daar Vader en Moeder Lucas in het Militair Tehuis en waren van weerskanten blijde elkaar te mogen weerzien na zo’n lange tijd. En dan in zo’n rusteloze langen tijd, waar we iedere dag te wachten sta, dat ook hier oorlog kan worden.
Dien zelfden middag bracht ik een bezoek bij mijn broeders, die op Nieuw en Sint Joostland aan straten waren, bleef ik enige tijd bij hen en reed tegen de avond naar mijn Anna in Goes.
Blijde elkander weer te zien, bleef bij haar tot in den morgen van 30 augustus.
Was tijdelijk ingekwartierd bij de familie Schipper op Kloetinge en reed samen met mijn broer Johannes naar Middelburg. Vandaar reed ik naar Vlissingen en toen ik aan de Buitenhaven kwam, kreeg ik nog juist tijd, mijn neef W. van de Berg, van af de wegvarende torpedoboot te begroeten. We hadden beiden veel spijt, doch het hielp niets.
Ging daarna naar de kazerne Willem II, bezocht daar enige dorpsgenoten en gebruikte een paar broodjes in de kantine.
Daarna reed ik weg naar Katseveer, verder per boot naar Zierikzee en kwam ’s avonds 8 uur weer bij moeder thuis.
Vandaag bleef ik bij mijn ouders, broeders en zusters tot van avond 5 uur.
Vertrok na afscheid genomen te hebben en kwam zoeven om 9 uur op het fort aan.
3 september 1915
De laatste dagen is het druk met schrijven op het bureau. Sinds ik met verlof was is er een order gekomen, dat het Vesting Bataljon of III Bataljon 14e Regiment gelegerd in de stelling Willemstad en of Ooltgensplaat over gaan naar het veldleger in Zeeland.
Ook dat vraagt veel schrijfwerk.
Vandaag ben ik begonnen een stuk bestrating te maken op de Helse Haven, wat ik had aangenomen van Vosters, een aannemer uit Willemstad. Van Hair, van de lichting 1909 uit Terneuzen, is mijn opperman en moeten zulks waarnemen in onze vrije uren.
Op het Oostelijk front gaan de Duits- Oostenrijkse troepen steeds voort groter terrein met steden en dorpen in te nemen.
Op het Westelijk front blijft het steeds het zelfde, kleine aanvallen.
5 september 1915
Het is zondagavond 8 uur, met z’n tweeën zitten we op het bureau, waar ik nog even enkele aantekeningen zal maken. Van middag 12 uur kwam ik van wacht. We hadden best weer gisteravond, toen ik van 8-10 uur op post stond, kreeg ik een lekkere kop koffie van een burger, niet ver van mijn post. Zo’n bakje troost smaakte den schildwacht.
Van 2-4 uur s ’nachts, toen ik weer op post stond, kwamen zware onweerswolken opzetten, die ook spoedig weer weg dreven.
Ik ga nog even de wacht verzoeken, mij morgenochtend 4 uur te wekken, want ik zou graag gaan straten van 4-7 uur.
8 september 1915
We hebben een uur vroeger reveille dan andere dagen.
De ene helft van de manschappen moest gaan schieten, terwijl de andere helft een scheepje planken moest lossen in Willemstad, voor een nieuwe kantine, die hier op het fort moet worden geplaatst. Ik behoorde bij de laatste afdeling.
Om 11 uur waren we daarmede klaar en gingen onder leiding van een Sergeant naar het Schietterrein, van waar het wachtpersoneel en corvees om 12 uur afmarcheerde naar het fort.
Om 2 uur zat ik weer te schrijven op het bureau en na den dienst, ging ik weer straten.
De Duitsers hebben Grodno aan de Memel ingenomen, dagelijks worden daar grote veldslagen geleverd
Van middag was het mijn beurt om op wacht te komen, maar een soldaat die morgenmiddag om 5 uur met verlof moest, vroeg of hij voor mij op wacht mocht, dan kon hij, in plaats van 5 uur nu na de aflossing der wacht 12 uur vertrekken.
Soldaten kunnen goed rekenen als ze er wel bij varen.
Nu was hij vrij van dienst na 12 uur. Om elkander te helpen wordt alles gedaan en stemde er vanzelf volkomen mee in.
15 september 1915
Enige dagen zijn reeds verlopen, sinds ik mijn dagboek vervolgde. Reden daarvan zijn deze, dat ik het den laatste tijd te druk heb en mijn vrije uren helemaal moet besteden aan mijn bestratingswerk.
Van 12 tot 14 september had ik verlof, waarvan ik een dag thuis was en de rest voor mijn werk gebruikte om te straten.
Van morgen werd het bekend dat we aan staande 30 september vertrekken naar het Veldleger naar Yerseke ( Zeeland ).
Onder de manschappen wordt er druk over gesproken. De een blijft liever hier en een ander gaat er liever eens uit.
Zo vrij als het op het fort is, zal het niet zijn, maar wat het gezellige leven betreft, zullen we winnen.
19 september 1915
Het is Zondagmiddag 1 uur, om 12 uur ben ik op wacht gekomen voor 24 uur.
Van morgen heb ik onder het gehoor gezeten van den Predikant uit Willemstad.
Het is weer enige dagen geleden dat ik op wacht geweest ben, tussen deze en de laatste wacht, had ik er twee moeten doen, waarvan ze er een hadden overgenomen en bij de andere keer dat ik op moest, was ik in verlof.
De laatste dagen is het inspectie van de manschappen hadden vergeten op te geven, dat hun verbandpakje zoek was, waarvoor ieder 2 nachtjes Politiekamer voor kregen.
Een paar andere waren met toestemming van hun Sectiecommandant bij de boeren gaan werken, zonder dat de Fortcommandant er iets van wist.
Die beiden kregen 10 dagen provoost en de Sergeant 14 dagen arrest.
Zo valt er hier de laatste tijd veel straf.
Houben, soldaat uit Tilburg, zoon van een rijken lakenfabrikant, welks vader een telegram zond, hoe het met zijn zoon ging, stuurde zijn vader het volgende bericht.
Een jongen, die slecht oppaste, reeds 3 straflijsten vol had met arrest, Politiekamer, Provoost, Cachot en op punt van naar de klas gezonden te worden,
die heden avond te laat op het fort kwam met P. Martens van uit Kwadendamme, die heden avond in Dinteloord, bij pachters van boerderijen van zijn vader, geld hadden opgelicht en aan het boemelen geraakt.
Toen hem zijn vader vroeg, hoe zit het, telegrafeerde hij terug, Papa, het zit goed.
Martens kreeg 4 nachtjes politiekamer en Houben 21 nachten.
De eerste omdat hij nog nooit gestraft was geweest. Zo valt er nog al eens straf.
Mijn werkzaamheden met straten zijn afgelopen.
Ook is er een scheepje keien aangekomen te Willemstad, wat mijn Vader had aangenomen.
Op 17 september kwam mijn vader naar die keien kijken.
Ik kreeg in den voor middag een paar uur vrij en zo konden we samen het werk opnemen.
Gisteravond hebben we met z’n drieën H.H. Liefbroer, P. de Ridder en mij persoon den avond doorgebracht bij Burgers, onder de Oude Molen woonachtig.
20 september 1915
Van middag om twaalf uur kwam ik van wacht, den nacht was koud en niet aangenaam om te schilderen.
Na de middag heb ik mijn uitrusting eens nagezien en opgepoetst en daar het nu 9 uur op den avond is, verlang ik te gaan maffen op mijn strozak.
Ik heb den gehelen avond nog aan het schrijven geweest bij den foerier, kreeg van hem een fijne sigaar, een paar koppen chocolademelk, dat houd een mens staande, want na de wacht voel je zelf niet zo fris meer.
21 september 1915
Op het ogenblik zit in het Militair Tehuis in Willemstad, onder mijn vrienden en het is bepaald al aangenaam om met elkander samen te zijn.
23 september 1915
Niet als gewoonte zit ik op het fort, maar op mijn zolderkamertje in de ouderlijke woning.
Af en toe word ik van mijn vijf zusters met vragen overladen en als ik dan geen uitweg meer zie, roep ik, “Moeder, de meisen willen nie nae bed”en dan hoor je weer van alle kanten,
“Jongen zwiegt, Merien au je monde”en nog meer van die lieve uitdrukkingen.
Maar als slot van mijn uitroep is alles stil en krijg ik nog even gelegenheid mijn wetenswaardigheden te vereeuwigen op papier.
Gisteravond ben ik thuis gekomen voor 3 dagen met mijn laatste verlof uit fort “de Hel”.
Ik ben een dag vroeger thuis dan de verlofregeling voorgaf.
Mijn verlof ging in vrijdagmorgen met een reisdag vooraf, dus donderdag en eindigde zondagavond.
Ik ging daarop naar mijn Commandant en verzocht hem een dag vroeger te vertrekken en een dag vroeger terug te keren. De Commandant vroeg waarom en vertelde hem daarop dat ik het zondagreizen in strijd achtte met mijn beginsel.
Kreeg toestemming om van woensdag tot zaterdagavond te vertrekken. ’s Morgens had ik dienst op het bureau. Omstreeks 11 uur ontdekte de schildwacht, die post voor het geweer was, een vliegmachine boven de Stelling.
Onmiddellijk werd de Commandant verwittigd en ontdekte door zijn kijker, dat het een Duitse tweedekker was. Het toestel was te hoog om op te schieten, de uitwerking daarvan zou vruchteloos zijn.
Na de middag ging ik op stap nar fort Sabina Hendrica, liet mij overzetten naar Ooltgensplaat door torpedisten en voer op den Rotterdamse tramboot naar Zijpe en verder per tram naar Nieuwerkerk, waar ik 2 minuten later in de ouderlijke woning aankwam, blijde mij altijd weer te zien. Wat is het heerlijk van tijd tot tijd naar geliefde betrekkingen te kunnen weerkeren.
Ach hoe vele mijner lotgenoten, die ook met de wapens ter hand hun plicht gingen vervullen in de gelederen van hun Vaderland, liggen nu O, oorlogsgruwel onder de groene zoden op soldaten kerkhoven, slagvelden van het met bloed gedrenkte Europa.
Dan is daar een stem in mijn hart, die zegt “Heer wie zijn wij, dat Gij onze gedenkt”.
Wat grote voorrechten schenkt onze Heiland, als we dat alles dan gade slaan, dat we nog ongestoord bij onzen mogen vertoeven. Maar straks moeten we weer scheiden voor hoe lang?
God weet het. We zijn geen uur zeker van ons leven en dat gevoel ik altijd diep aan mijn hart.
Scheiden doet pijn en al zitten we bij het heen gaan nog zo opgeruimd. Soldatengezicht…Scheiden…doet pijn.
Maar heerlijk is het voor den Christen soldaat dat, wanneer hij alle aardse betrekkingen heeft vaarwel gezegd, hij niet alleen staat, maar met Jezus mede gaat, die voor hem is een Leidsman, Helper, Verlosser, Borg en Zaligmaker.
Dan mag er oorlog komen en al wat gruwelijk is, maar dan weten we, dat we veilig zijn en kunnen te allen tijde mede instemmen met dat heerlijke lied uit den Bundel van Johan de Heer, lied 650: 1.2.3.4.
Ik eindig en kruip vlug onder de wol, want het is in tussen stil en laat geworden.
26 september 1915
Het is zondagavond en zijn juist present bij het avondappel.
Na telling zijn we met nog ruim 20 manschappen op het anders 90 man sterke fort.
De overige manschappen zijn allemaal nog eens met verlof naar huis.
Gisteravond ben ik weer op het fort aangekomen tot blijdschap van mijn kameraden, men ziet elkaar graag met verlof gaan, maar ook weer met even veel genoegen weerkeren, om lief en leed saam te delen.
Om 8 uur van morgen was het eten en om 9 uur marcheerden we naar kerk in Willemstad.
Daar kregen we teerkost voor onzen levensweg. Ds. sprak over de rijke jongeling uit het Marcus hoofdstuk. Het was een schone roepstem voor ons allen, om al het wezenloze vaarwel te zeggen en Hem onzen Heiland te volgen.
29 september 1915
Het is voor den laatste avond, dat ik nog even de pen zal opnemen in het fort “de Hel”.
De laatste dagen hadden we druk dienst met schrijven en ook met de inspecties voor het aanstaand vertrek. Het valt vreemd te denken, dat we morgen hier niet meer zijn.
Maar toch ben ik blij, dat we naar Zeeland gaan.
Nog wil ik iets neerschrijven wat ik liever niet had willen doen, maar mijn werkelijke levensgeschiedenis zou te kort aankomen, wanneer het geweest is, weet ik niet, maar het is voorgevallen op het fort “de Hel”.
Op zekeren morgen, terwijl ik op post werd afgelost, door Korporaal van aflossing ( we stonden op wacht voor 24 uur )
Dat het niet naar den haak was, begreep ik, mijn anders vriendelijke Luitenant Harts aanzag ( zijn gefronste wenkbrauwen bewezen dat ) kreeg zelfs geen tijd, goede morgen te zeggen, wat ik altijd gewoon was, maar gelastte mij naast hem plaats te nemen, keek mij daarbij recht in de ogen en zei: ( Nu geen Wandeltje.) Wandel, daar is geld gestolen, hoe komt dat?
( Je staat vanzelf vreemd te kijken, maar als je dan van niets weet, dan geef je er ten slotte niet om wat ze zeggen, te meer wanneer je eerlijk in het rond mag en kan blikken )
Ik keek hem in de ogen en vroeg wat bedoel je daarmee Luitenant.
Toen zei hij weer met dezelfde woorden. Wandel daar is geld weg van het bureau. Waarop ik vroeg: Heb U het dan Luitenant? Toen begreep hij dat hij mis geweest was en zijn ogen stonden weer als altijd en zei, Wandeltje, wat denk je van die beweging? Waarop ik precies hetzelfde vroeg en zei, je mag denken wat je wilt, maar je mag het niet zeggen.
Toen vroeg hij, wat denk je dan.
Ik zeg Luitenant op Uw woord van eer, wanneer het tussen mij en U blijft, zal ik het zeggen wat ik denk. Na zijn belofte, zei ik; de foerier draagt de sleutels van de geldkist, meer kon ik niet zeggen, kon vertrekken en ging naar de wacht. Daar aangekomen bemerkte ik dat de manschappen het niet naar den zin hadden en vroeg hun naar de oorzaak.
Vertelden mij daarop, dat heel de bezetting was aangetreden geweest en dat de Luitenant hun voor ploerten en zo had uitgemaakt en als je dan een eerlijke soldaat ben, valt dat niet mee.
Ik ging daarop terug naar het bureau en sprak met Luitenant daar over, dat soldaat Goedegebuure van de lichting 1908 met nog een soldaat een onderhoud wenste over dat geval, waar voor U de manschappen zo onverdiend had toegesproken.
Het slot van de zaak was dat ze bij hem moesten komen, man voor man en ieder zijn gedachten in vertrouwen hem bekend maakte en hij ieder soldaat weer zijn uitgesproken woorden ( ploerten ) terug nam.
Bekennende onrechtvaardig op lelijke wijze toegesproken te hebben.
Dit zij nog vermeld, dat iedereen mijn woorden heeft gebruikt:
De foerier draagt de sleutels van de geldkist.
De foerier werd onderhoord en met tranen in de ogen bekende hij het den Sergeant Majoor, geleend te hebben.
Op die manier is er een eind aangekomen en wat verder besproken is geworden is mij onbekend gebleven.
Ik ga nu mijn wolletje opzoeken om voor het laatst te gaan maffen in fort “de Hel”
God schenk mij het eind van mijn leven een betere naam. In de ware werkelijkheid moge dit dan zijn: Hemel het huis met zijn vele woningen.