1811
In 1811 bouwden de Fransen op deze strategische plaats het fort l’Enfer, na hun vertrek in 1813 omgedoopt tot Fort de Hel. Achter het fort werd een remise gebouwd om de munitie in op te slaan en buiten de gracht werd een woning gebouwd voor de fortwachter en deze woning diende ook als officiersverblijf. Het fort had als bestemming om samen met de vesting Willemstad en het fort aan de Bovensluis de keelzijde (van de vijand gekeerde zijde) van het fort De Ruiter te dekken en daarnaast de verdediging van de dijktoegangswegen.Binnen een rondom gaande borstwering van 7 meter dik aan de zuidzijde en van 4 meter aan de noordzijde werd een vrijstaande stenen toren gebouwd van het zogenaamde 'tour modèle no. 3'. Deze toren was voorzien van schietgaten in de hoeken van de twee verdiepingen en op de rondgaande borstwering van het bovenplateau. In 1818 werd de toren van een houten kap met pannen voorzien. De toren was toen ingericht voor logies van 14 man en tot berging van 9500 kg buskruit.